Aantekeningen bij Kamerbrief Ollongren

In Minister Ollongren’s brief aan de Kamer d.d. 13-12-2018 (Brief inzake desinformatie en beïnvloeding verkiezingen) staan een paar interessante passages.

Op de tweede pagina van haar brief lijkt zij een link te leggen tussen maatregelen tegen de verspreiding van desinformatie en vrije en eerlijke verkiezingen. Die definitie van vrije en eerlijke verkiezingen is mij persoonlijk onbekend, maar definities zijn er uiteraard om naar believen op te rekken.

Er wordt daarnaast verwezen naar het Rathenau onderzoek, waarbij de Minister stelt dat de invloed van desinformatie in Nederland betrekkelijk klein is doordat “Nederland een sterk mediabestel heeft, pluriforme nieuwsconsumptie kent en er een hoog vertrouwen is in de media”. Wat de Minister er niet bij zegt, is dat er domweg weinig bekende desinformatie bestemd is voor Nederlands gebruik – zoals in hetzelfde rapport te lezen staat.

Echt interessant wordt het wat mij betreft wanneer de vermaarde counterpropaganda* instantie EUvsDisinfo ten tonele verschijnt. Zoals bekend heeft Nederland, zonder succes, in Europees verband geijverd voor het schrappen van die instantie. De Minister meldt verheugd dat de Nederlandse standpunten die tot die positie hebben geleid centraal komen te staan in het Europese Actieplan voor de bestrijding van desinformatie. Die standpunten zijn o.a. bescherming van de vrijheid van meningsuiting, het nalaten specifieke publicaties als desinformatie aan te merken, en de essentiële rol van private partijen zoals de verschillende platforms zelf en fact-checkers in de bestrijding van desinformatie.

Schijnbaar worden we geacht aan te nemen dat van overheidswege verlangde (indirecte en directe) censuur gepleegd door private partijen een heel ander beestje is dan censuur van overheidswege. Formeel wellicht correct, maar praktisch niet echt. Het blijft een (indirecte) verstoring van het recht op vrije informatiegaring.

Uiteindelijk heeft eerdergenoemde poging EUvsDisinfo geschrapt te krijgen wel opgeleverd dat Nederlandse bronnen niet langer in de desinformatie database van EUvsDisinfo worden opgenomen. Dit feit wordt opgevoerd als “aansluitend op de focus van de StratCom Taskforces”, waar EUvsDisinfo uit voortkomt. Maar ondertussen is wat EUvsDisinfo doet dus nog steeds strijdig met die genoemde focus voor alle denkbare bronnen – behalve die afkomstig uit Nederland. Het lukt mij niet enige waarde te ontdekken in die situatie.

Ik sluit af met een passage waarin de Minister stelt dat, ondanks het feit dat “de impact van desinformatie mede door het sterke medialandschap in Nederland tot nu toe beperkt is” uit monitors en peilingen blijkt dat er behoefte bestaat aan overheidsinitiatieven ter vergroting van de bewustwording van desinformatie. Zo is 71% van de Nederlanders ongerust over de invloed van desinformatie in de periode voorafgaand aan verkiezingen. Dat is een fraai soort cirkelredenering.

Wie zijn immers degenen die, hoewel de cijfers een in Nederland zeer beperkte impact van desinformatie laten zien, bijkans alle dagen de noodklok luiden over (Russische) desinformatie? En dit vaak ook nog eens doen op basis van onzorgvuldige (of geheel afwezige) interpretaties en analyses van documenten (1, 2), bronnen, verklaringen en beschuldigingen?

*Het eenzijdig belichten van desinformatie is ook een vorm van propaganda.

PS. Fouten van professionele journalisten zouden min of meer per definitie niet onder de noemer desinformatie thuishoren, zo destilleren we uit de campagnefolders die onze jeugd moeten helpen beschermen tegen de invloed van desinformatie (o.a. Soms is een bericht betrouwbaar omdat een journalist (journalistieke werkwijze!) van professionele nieuwsmedia het zegt).

Maar wat moeten we het noemen wanneer de fouten vrij consistent dezelfde kant opvallen?


De geneugten van ruime interpretatie

Zoals blijkt uit de twee entries op EU vs Disinfo waar ik gisteren over schreef, alsmede uit de absurde en inmiddels verwijderde entries van TPO en GS, hanteert het team achter EU vs Disinfo een nogal ruim begrip van desinformatie. Zo blijkt niet de inhoud van een artikel leidend, maar de interpretatie van de indiener of het team dat geacht wordt de publicatie te beoordelen. Niet alleen dat, men slaagt er zelfs in (delen van) publicaties tot desinformatie te bestempelen op basis van zaken die in de bewuste publicatie niet eens voorkomen.

ContraCourant zal de komende tijd meer aandacht besteden aan dit soort counterpropaganda initiatieven. EU vs Disinfo staat hoog op de lijst, maar ook de heerschappen van PropOrNot verdienen de aandacht, ook al zijn zij geënt op de Amerikaanse markt.

Wat EU vs Disinfo betreft zijn zij zeker geen counterpropaganda club.

Wat de Cambridge Dictionary betreft valt dat te bezien.

Wie immers selectief het concept van desinformatie te lijf gaat, zelfs al zouden zij dat op zuivere wijze doen, is bezig een eenzijdig beeld te creëren en versterken.

Ik ben ook benieuwd of ik een reactie krijg op de gestuurde mails, of dat de deur alleen openstaat voor hen die een advocaat meenemen. Weer een nieuwe interessante dimensie.