De hippe wereld van fact-checking – Deel 5

Gaap… Weer een mailtje terug gehad van de Brusselse hobbyclub EU vs Disinfo, over deze debunk. Onderaan dit artikel staat de mail waarop ik antwoord heb gekregen, en op basis waarvan men een aanpassing heeft gedaan. Wederom kiest men ervoor de eigen interpretatie van zaken te debunken, en niet de daadwerkelijke inhoud van het bewuste artikel. De debunk zelf raakt dan ook kant noch wal in relatie tot het artikel, en is er met de aanpasssing niet echt beter op geworden.

Hoewel ik heb geprobeerd argumenten te geven om de onzinnigheid van een dergelijke debunk duidelijk te maken lijkt men niet voornemens serieus te kijken naar mijn argumenten – of het ernstige gebrek aan eigen argumenten. Dus werd het vooral veel van hetzelfde, maar dan met een ander linkje er bij. Niet dat dat werkelijk betrekking heeft op het bronartikel, maar daar wen je aan.

De logica die men lijkt te hanteren is dat elk gemaakt punt dat in de verste verte samen lijkt te vallen met Russische propaganda wel Russische propaganda moet zijn, en dus per definitie niet waar. Daarmee zouden het schijnbaar de Russen zijn die met hun propaganda hier het debat aansturen, in plaats van dat de Russen hun oor hier te luister leggen en hun propaganda daarop afstemmen. Maar dat laatste lijkt ContraCourant een stuk logischer  – en een gezonder uitgangspunt voor ons eigen debat.

Een en ander heeft namelijk wel stevige implicaties voor de manier waarop dat debat gevoerd wordt. Een debat waarin bepaalde meningen en stellingnames op voorhand worden gediskwalificeerd als vijandige propaganda is geen open debat. Dat is helaas wel het debat dat EU vs Disinfo en haar aanhangers voor lijken te staan, door zonder solide argumentatie opvattingen tot desinformatie te bombarderen.

Dat is, buiten de praktische onwenselijkheid ervan, ook nog eens in strijd met de doelstellingen van de East StratCom Taskforce, onder wiens verantwoordelijkheid EUvsDisinfo valt.

ContraCourant adviseert nog maar eens ten halve te keren. Met elke verdere stap loopt het toch al geringe vertrouwen tussen publiek en politiek verdere averij op.

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3, 4

Ollongren en gevolg gaan verder waar gezond verstand ophoudt

De minister spreekt met betrekking tot EU vs Disinfo dan wel zalvende woorden over zorgvuldigheid en noodzaak, maar laat zich op geen enkele manier afremmen door gegronde tegenwerpingen. De minister liegt en verdraait in haar brieven aan de Kamer zonder dat iemand daar werkelijk acht op lijkt te slaan. De minister heeft daarnaast een inmiddels beruchte obsessie met de sloop van het raadgevend referendum binnen een context van onwelgevallige uitkomsten. Als klap op de vuurpijl zal deze onbetrouwbare minister met een beetje pech straks de lijnen uitzetten voor de AIVD… De trein raast voort, dwars door alle signalen heen. De passagiers hebben wel door dat het niet helemaal goed gaat, en in de controlekamer is een zekere spanning voelbaar. Maar niemand die de machinist werkelijk tot de orde roept.

Laat ik voorop stellen dat niets op ContraCourant voortkomt uit politieke affiliatie. Doet ContraCourant niet aan. Ollongren mag naast Wilders en Baudet in een bootje op zee worden gezet*. Hier zullen ze niet gemist worden. Ja, als slecht voorbeeld voor de kinderen. Ik zeg het maar even voor de quasi-progressieven met veel te kleine sandalen voor hun lange tenen. Die types die alles een vermoeiende partizanenstrijd van maken, liefst op basis van identity gezemel in plaats van argumenten. Niet alles kan maar toegedekt worden door te wijzen naar de ander, of door op voorhand te stellen dat kritiek wel voort zal komen uit racistische, misogynistische en/of homofobe motieven.

Homofoob anno 2018

Maar alle koffieleut terzijde, wat gaat er nodig zijn om mensen in te laten zien dat mooie woorden over de grondwet niet zo bijster veel betekenen wanneer je de Kamer en de kiezer bewust voorliegt om je plannen voor vergaande intrusie van staatswege te verkopen? Wanneer je “plannen” om een en ander te voorzien van waarborgen en mogelijkheden tot sturing afhangen van een commissie waarvan de oprichting en benoeming al een zooitje ongeregeld zijn voor we goed en wel zijn begonnen? Wanneer je zonder een fatsoenlijk argument in handen (hetzij voor sloop, hetzij tegen renovatie van het raadgevend referendum) domweg geen boodschap hebt aan de groeiende spanning tussen politiek en (een deel van) de kiezers? To make shit up as one goes along…

De rode lijn door het wild geraas van minister Ollongren is haast. Alles is een haastklus. Niet alleen strijkt zij de weldenkende kiezer tegen de haren in met het hoge Vadertje Staat gehalte van het beleid dat zij voorstaat, zij staat daarbij nauwelijks open voor inhoudelijke vragen of debat. De minister gebiedt het, ziet het, en daarmee is de kous wat haar betreft wel af. Wie commentaar of vragen heeft heeft kan rekenen op een standaard riedeltje dat nul betrekking heeft op de praktische realiteit van zaken, of überhaupt op de gestelde vraag.

Zie bijvoorbeeld dit fragment uit Jinek’s talkshow, over Ollongren’s nepnieuws strijd waarin Ollongren en Jinek het presteren een beetje gekke bekken te trekken waar Baudet redelijk direct tot de kern van de zaak komt. Jinek begint al goed door in reactie op een opmerking van Baudet vol bravoure te roepen dat het volgens haar ging om nepberichten, terwijl dat nu net de hele inzet van de discussie was. Wie bepaalt dat, wie controleert dat? Om haar ietwat dommige uitspraak kracht bij te zetten refereert ze vervolgens aan zaken die al lang en breed bij wet zijn geregeld. Een aanwinst voor het publieke debat deze dame!

Vanaf 04:55 steekt Ollongren van wal met zo’n eerder genoemd nietszeggend riedeltje over vrijheid en onafhankelijke journalistiek, Baudet overschreeuwend met een “Neehee”, maar in mindere mate met een ter zake doend antwoord op de uitgesproken zorg. Wellicht denkt de minister in “vrijheid” een toverwoordje te hebben gevonden dat als joker kan worden ingezet waar geen argumenten voorhanden zijn.

Vanaf 05:30 vraagt Jinek Ollongren direct wie de arbiter gaat zijn over wat een opvatting is, en wat een feit. Exacte relevantie van die vraag in de context van het onderwerp is niet helemaal duidelijk, aangezien de discussie niet gaat over opvattingen vs feiten. Een opvatting maakt nog geen nepnieuws. Evengoed is het antwoord van Ollongren herkenbaar en veelzeggend… Weer een standaard riedeltje over destabilisatie dat op geen enkele manier een antwoord is op de gestelde vraag.

Wanneer Baudet vanaf 06:45 nogmaals probeert de discussie terug te sturen naar de centrale vraag (wie is de arbiter en wie controleert de arbiter) ziet Jinek haar kans schoon geen nieuwe fouten te maken maar de oude nog maar eens te herhalen.

Vanaf 07:40 begint Ollongren smalend te lachen… “Dit is al de derde keer dat de heer Baudet dit zegt”, waarna we godbetere WEER een riedeltje krijgen dat met geen mogelijkheid te matchen valt met de realiteit van de situatie of de centrale vraag in de discussie. Nee, de overheid bepaalt straks niet wat nepnieuws is, de gedachte is dat we dat met elkaar moeten gaan bepalen. De bruggenbouwer! Vrij en samen, wat mooi! Twitter en Facebook, bij de ballen gegrepen door senator Mark Warner, die doen ook mee! En die hebben geen belangen. En de Universiteit van Leiden en Nu.nl, die doen ook mee! Dat Nu.nl zelf vrij makkelijk politiek geladen feiten van Politifact overneemt en niet beschikbaar is voor opmerkingen of vragen over de inhoud, evenals Poynter dat vanuit de hoedanigheid als IFCN (International Fact Checking Network) net zo min bereikbaar is voor vragen en commentaar… Ach. Een groter man dan Baudet had de vloer met beide dames aangeveegd*. Wat dat betreft zou enige dankbaarheid naar Prins Lavendelsnoet niet eens misstaan, maar dat doen ze maar op hun bootje*. Is er trouwens nog ruimte voor mevrouw Jinek?

Uiteraard wordt een en ander afgesloten door nog maar eens a-specifiek te wijzen naar de VS, Duitsland, Frankrijk, UK – alsof het daar allemaal om bewezen feiten ging. Niets is minder waar (zie Russiakeet met Ollongren), maar dat lijkt niet te deren. Oh ja, en we stemmen met potlood, dus wees extra bang en laat de Minister maar schuiven terwijl u met uw gezin onder de tafel bent gaan liggen.

Hoe een deel van de kiezers de oren rustig laat hangen naar een Minister wiens eerste inhoudelijk solide uitspraak nog moet worden geregistreerd terwijl ze naar hartelust de bijl zet in daadwerkelijk zuivere modern-democratische idealen is ContraCourant een raadsel. Maar die arme mensen vergissen zich lelijk als ze denken dat dit allemaal zonder slag of stoot kan passeren. De staart der babyboomers is wellicht zo ingedut door hun 7 vette jaren dat het ze allemaal wel best is, de nieuwbakken progressiefjes wellicht zo nieuw dat ze weinig hebben meegekregen over absolutisme en de weg daar naartoe, maar er zijn gelukkig ook mensen die zich de lessen nog herinneren waarmee ze zijn grootgebracht. Waar jullie de absolutist spelen over persoonlijke expressie en huidskleurquota doet ContraCourant dat liever over ons recht ons vrij te informeren zonder dat daar stempeltjes van Vadertje Staat aan te pas komen. Oftewel, ik en anderen staan voor onze rechten waar u staat voor niet-controleerbare inperkingen van die rechten. Evengoed beschouwt u zichzelf als een hele democraat, omdat u tegen Baudet aanschopt. Grappig toch? Alleen is Baudet slechts een potentiële dreiging aan de horizon, waar Ollongren in volle vaart op ons afkomt.

Voor een uitweiding over Ollongren’s obsessie met de nauwelijks beargumenteerde sloop van het raadgevend referendum verwijs ik graag naar de woorden van Ronald van Raak tijdens het debat in de Kamer. Schrik niet, hij is de eerste spreker. Maar blijf gerust hangen om Martin Bosma daarna aan te horen, die de Minister ook aardig de oren wast.

Let wel, bij het afspelen van dit filmpje gaat YouTube al je koekjes pikken of iets dergelijks.

*Omdat je het in deze tijden maar nooit weet! De minister, Jinek en Wilders en Baudet worden uiteraard op een zeewaardig bootje gezet. Er wordt met niemand de vloer aangeveegd en alle in deze blogpost beschreven bedankjes zijn volkomen eerbaar van aard.

De volgende stap zetten; de nepnieuws crisis

Om maar te beginnen met het goede nieuws… Gevestigde kanalen lieten zich niet geheel onbetuigd in het aanzicht van de nakende censuurcultuur waarnaar wij geacht gaan worden ons te schikken. Ik zag een Roderick Veelo weinig doekjes winden om het feit dat het fundament voor deze culturele ommezwaai wel erg dunnetjes is. Ik zag een Marianne Zwagerman waarschuwen (zoals wel vaker, waarvoor mijn enorme waardering) voor de glijdende schaal… En zo nog wel meer. Belangrijk! Dus dit stemt hoopvol.

Maar tegelijk is er iets dat me een beetje stoort. Zoals we (hopelijk) allemaal wel hebben gezien zijn de ontwikkelingen rondom de bestrijding van nepnieuws niet geheel los te zien van de ontwikkelingen rondom Russiagate en al wat daarmee samenhangt, en dan met name de onzorgvuldige en vaak eenzijdige manier waarop daar in de media over wordt bericht. Wat mij dan verbaast is dat bijna niemand die puntjes gewoon eens verbindt, en stelt dat die onzorgvuldige berichtgeving de hamer is waarmee de gevreesde overheidsinmenging erdoor wordt geramd!

Kajsa Ollongren is terecht bij de spreekwoordelijke kraag gegrepen (niet door iedereen, maar vooruit) om haar alarmistische, maar vrij magere verhaal over Russische beïnvloeding. Er was kritiek op haar MH-17 voorbeeld (of liever gezegd, het gebrek daaraan), maar dat het tweede “wapenfeit” uit haar eerste brief aan de Kamer een referentie is aan het ODNI rapport van 6/7 januari 2017, waarbij zij doet voorkomen dat dit rapport bewezen feiten beschrijft (“laten zien dat… dat ook werkelijk doen”) heb ik niemand op zien pikken. Waarom niet? Want het is volstrekt onwaar.

Ook de voorbeelden die zij in haar brieven noemde zijn niet geheel zuiver, zie ook dit eerdere bericht over de kwestie. Noch in Duitsland, noch in Frankrijk is die Russische inmenging vooralsnog een feitelijke zaak gebleken.

Afgelopen week schreven de nieuwsmedia over Twitter in relatie tot Russiagate. Nagenoeg allemaal schreven ze ten onrechte over feitelijkheden inzake de connectie met Internet Research Agency, de inmiddels legendarische trollfarm in Sint Petersburg. Probleem is echter dat dit geen feitelijkheden zijn, maar vermoedens. Zie onder andere de verklaring van Twitter zelf, of de eerdere verklaring voor de senaatscommissie waarin Twitter haar methodiek uit de doeken doet. Twitter beoordeelt accounts op locatie en content, en kijkt of bepaalde accounts geautomatiseerd zijn. Twitter spreekt daarbij vermoedens uit dat het gaat om activiteiten vanuit het Internet Research Agency. Maar Twitter bewijst dat niet en claimt dat ook niet te hebben bewezen. Wanneer Twitter spreekt over IRA-associated of IRA-linked, bedoelt Twitter daarmee accounts waarvan zij vermoeden dat ze gelinkt zijn aan IRA. Niet dat dit accounts zijn waarvan dit is bewezen. Een belangrijk verschil lijkt mij.

Uit de laatste verklaring zelf:

Het enige bewijs dat men aanlevert – buiten locatie, content en mogelijke automatisering – is “informatie van derden”. Wat voor informatie dit is, en waar deze informatie vandaan komt, dat wordt niet duidelijk. Maar schijnbaar is dat niet belangrijk genoeg, en kan er over voldongen feiten worden gesproken en geschreven.

Maar het zijn wel deze quasi-feitelijke nieuwsbombardementen en brieven aan de Kamer waarmee Minister Ollongren en anderen de noodzaak van overheidsingrijpen propageren. Willen we Ollongren en anderen de voet daarin dwars zetten, dan zullen we kritischer moeten worden en niet toestaan dat een discussie die raakt aan onze grondrechten vervuild raakt met misinformatie en desinformatie.

Groener wordt ‘ie niet, dus kom maar door!

Amper twee dagen na het eerder besproken onzorgvuldige stuk van Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer in relatie tot Russiagate, verschijnt vandaag een nieuw artikel op de Twitterfeed van De Groene. Dit keer een stuk van Jan Kuitenbrouwer, wederom iemand met een respectabele staat van dienst. Door het hele stuk heen wekt Kuitenbrouwer een klein beetje de indruk te schrijven namens een verlichte club waarheidssprekers. Ten onrechte, want in zijn schrijven strooit Kuitenbrouwer met onzorgvuldigheden en onwaarheden. Aan de hand van deze onzorgvuldigheden en onwaarheden oppert hij naar het aanziet serieus “te doen wat autoritaire regimes doen: bepaalde delen van het internet gewoon afsluiten.” If you can’t beat them, joint them! Al valt er uiteraard wel het een en ander op te merken aan de nogal arbitraire scheidslijn die Kuitenbrouwer trekt tussen us en them, in de context van manipulatie en misinformatie via (digitale) media.

Kuitenbrouwer onderbouwt zijn verhaal deels met verwijzingen naar het werk van Freedom House, een Amerikaanse NGO die op geen enkele manier kan worden gezien als een onafhankelijke bron zonder politieke agenda. Waar Nederlandse journalisten het idee vandaan halen dat dit soort bronnen een fatsoenlijke bijdrage kunnen leveren aan een objectieve blik op zaken is ContraCourant een raadsel, maar het is de afgelopen jaren gemeengoed geworden. In de strijd tegen de vermeende misinformatie-campagne vanuit Moskou is het vanuit quasi-activistisch oogpunt blijkbaar toegestaan de gewenste “feiten” hier en daar een zetje in de rug te geven, en daarmee de journalistieke principes overboord te zetten.

Gesloten gemeenschappen met eigen feiten

Hoewel ContraCourant het met (een deel van) de strekking van het artikel eens is – de concentratie van macht en invloed van commerciële nieuwsdiensten en -platforms is ook voor ContraCourant een belangrijk issue – is de manier waarop Kuitenbrouwer zijn verhaal probeert te vertellen eerder onderdeel van het probleem dat hij aanhangig maakt dan dat het een constructieve bijdrage levert aan het bestrijden van dit probleem. Ga maar na, Kuitenbrouwer heeft in zijn artikel nergens plaats voor het feit dat je, door de macht om te oordelen over wat waarheid is te institutionaliseren en concentreren binnen commerciële nieuwsdiensten en van staatswege gefinancierde denk-tanks geen van de problemen oplost die hij bespreekt. Integendeel, dit is een opstap naar directe en indirecte censuur – op subjectieve gronden, zoals de verslaglegging over Russiagate al bijna twee jaar zien. In dit licht bezien is het wellicht niet vreemd dat Kuitenbrouwer zijn oren laat hangen naar oplossingen van autoritaire regimes, wiens invloed we volgens Kuitenbrouwer nu juist willen beteugelen.

Een en ander weerhoudt Kuitenbrouwer er zoals gezegd niet van zich op te werpen als kampioen van de verlichte waarheidssprekers. Zo komt hij tot grootse uitspraken als deze, over de manier waarop internet ons tot willoze echoputten zou maken:

“Gesloten gemeenschappen met hun eigen ‘nieuws’, hun eigen ‘feiten’. Dialoog met andersdenkenden wordt moeilijker, de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg. Argwaan en kwade trouw worden de basishouding, de tegenpartij deugt niet en liegt, smaad en laster zijn gepermitteerd, open mindedness is een ondeugd…”

Wat ContraCourant betreft allemaal net zo goed van toepassing op de gevestigde mediaorde waar Kuitenbrouwer toe behoort. Gevierde nieuwsinstituten bestoken nietsvermoedende nieuwsconsumenten al jaren met gesynchroniseerde, politiek geladen campagnes – soms met zeer dubieuze bronnen, zoals ten tijde van de slag om Aleppo – waarin de feiten en achtergronden een onderschikte rol spelen. Hierbij vindt een enorme hoeveelheid kruisbestuiving plaats, en worden de grote lijnen uitgezet door een paar grote instituten, zoals de New York Times en de laatste jaren ook steeds meer The Guardian, die zich sinds dreigingen uit de Britse intelligence (naar aanleiding van de samenwerking met Snowden) op opvallende wijze opwerpt als vehikel voor smaad en laster ten dienste van die gevestigde orde. Over gesloten gemeenschappen gesproken.

Gevalletje projectie

Daarbij komt het feit dat die bronnen net zo goed feitenvrije verhalen de wereld in slingeren, al dan niet kracht bijgezet door zogenaamde experts zoals die van bijvoorbeeld een Bellingcat. Om een voorbeeld te geven (vraag gerust om meer, ContraCourant kan en wil namelijk wél leveren): ten tijde van de vermeende chemische aanval in Idlib in Syrië kwam van Assad en de Russen het verweer dat Syrische vliegtuigen mogelijk een bom hadden gegooid op een door rebellen als opslagplaats voor chemisch wapentuig gebruikte loods. Vervolgens hebben veruit de meeste kranten in het Westen volop plaats geboden aan de aan Bellingcat gelieerde Dan Kaszeta, die onder andere liet optekenen dat de uitleg die de Russen gaven een fysieke onmogelijkheid is. In de commerciële nieuwsmedia werd daarmee als het ware een onbetwist feit gecreëerd. Probleem is echter dat dit “feit” helemaal geen feit is, en dat de wel degelijk bestaande twist over dit onderwerp moedwillig aan het zicht wordt onttrokken door er geen aandacht aan te schenken. Zo liet Jerry Smith (field manager van de OPCW wapeninspectie missie in Syrië), tijdens een interview met Channel 4 over de suggestie dat het onmogelijk is dat de vermeende chemische aanval een ongeluk betreft, weten dat “that is not the case at all” en “there is every possibility that”… exact datgene dat onmogelijk heet te zijn gebeurd is. Saillant detail daarbij is overigens dat een referentie aan de woorden van Smith destijds is gepubliceerd in een artikel van de BBC, om 35 minuten later zonder opgaaf van reden te worden verwijderd.

De dialoog met andersdenkenden die Kuitenbrouwer aanhaalt getuigt al helemaal een ontluisterend eenzijdige blik op zaken. Wie is hier nu degene die een lans breekt voor censuur op volstrekt subjectieve gronden? “De tegenpartij deugt niet, en liegt”, deze gedachtengang schrijft Kuitenbrouwer aan derden toe… Maar wie is nu degene die zonder enige inhoudelijke verantwoording (behalve zich te beroepen op de schijnbare arbiters van waarheid) alternatieve uitleg bestempelt als alternatieve feiten? De pot verwijt de ketel dat ‘ie zwart ziet!

Maar de absolute klapper is toch wel deze: “de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg”. Welke empirische basis? De zogenaamde “feiten” die Kuitenbrouwer en Van de Ven verspreiden? Kuitenbrouwer positioneert zichzelf en de gevestigde orde van medialand hier wederom volstrekt ten onrechte als objectieve arbiters. De genoemde smaad en laster zijn onmisbare gereedschappen in dit soort oppervlakkige pogingen de controle over het narratief te behouden, zoals we bij Julian Assange en Wikileaks kunnen zien. Waar Kuitenbrouwer met open mindedness op doelt is ContraCourant een raadsel. Zijn schrijven is nu juist een exemplarische uiting van waarheidscreatie met politiek opportune oogkleppen op.

Veel herhaling, weinig substantie

Dergelijke waarheidscreatie is altijd gediend bij veelvuldige herhaling van onbewezen beschuldigingen en het onzorgvuldig presenteren van “feiten”. Daar draait Kuitenbrouwer zijn hand dan ook niet voor om. Te lezen valt weer eens hoe Julian Assange Russische hack-data verspreidde ter beschadiging van Hillary Clinton. Die zinsnede bevat welgeteld nul bewezen feiten, maar toch wordt dit verhaal aan de lopende band als zodanig opgevoerd. Even later beweert Kuitenbrouwer dat Assange en Wikileaks door gebrek aan regulering inzake fake-news Donald Trump de verkiezingen hebben helpen winnen. Zo probeert hij nog wat substantie te geven aan het idee dat Trump aan het presidentschap is geholpen door een buitenlandse mogendheid, al kan hij er nul bewijs voor laten zien. Wat Wikileaks en fake-news met elkaar te maken hebben weet werkelijk niemand, maar het is evengoed fijn als u het idee krijgt dat daar een link tussen bestaat.

Tussen neus en lippen door refereert Kuitenbrouwer ook nog losjes aan de brief van Ollongren (wederom zonder te wijzen op haar kapitale fout in die brief, dat blijkt echt heel moeilijk te zijn) en het “feit” dat 156.000 Russische Twitterbots zijn “ingezet” in een poging de Brexit-stemming te beïnvloeden. Onzin.

Het feit is dat die 156.000 accounts (156.252 om precies te zijn) door Twitter zijn geïdentificeerd als Russischtalige accounts die in het Engels EU-vijandige meningen uitten. Daar dient bij te worden aangetekend dat een onderzoek naar 419 van de 2.752 Twitteraccounts die door Twitter voor de senaatscommisie zijn aangemerkt als Russisch, opleverde dat 70% van alle posts die dit onderzoek betreft dateren van na het Brexit referendum. En niet te vergeten, ook Twitter en Facebook hebben nul hard bewijs geleverd dat welk account dan ook direct verbindt aan de trollenfabriek in Sint Petersburg, die zo onderhand een mythische status begint te krijgen.

ContraCourant vindt het erg jammer dat artikelen als dit artikel van Jan Kuitenbrouwer, waarin in de kern een valide punt lijkt te worden gemaakt, worden misbruikt voor het verspreiden van desinformatie en het salonfähig proberen te maken van censuur. Daarnaast ontstaat een beetje de indruk dat dit ook een schop is naar de ontwikkeling van een nieuw mediaveld, waarin de klassieke media het lijken af te moeten leggen tegen die nieuwe ontwikkelingen, zowel bedrijfsmatig als inhoudelijk.

Dat hij dit allemaal doet in een progressief blad als de Groene Amsterdammer is, om het maar met een licht cynisch understatement te zeggen, een verfrissende poging het tij te keren.

PS. In het artikel van Kuitenbrouwer (daterend van twee dagen van voor onderstaande Twitteruitspraak) valt overigens ook het volgende te lezen:

“Als je van het waterbedrijf mag verwachten dat er geen modder uit de kraan komt, mag je van een internetprovider misschien ook eisen dat hij geen giftige informatie verspreidt.”

 

 

 

Soms linksom, soms rechtsom, soms recht door zee… Censuur.

Het willen beperken van toegang tot bepaalde informatie – hetzij door directe censuur, hetzij met kekke hippe algoritmen, hetzij door bronnen verdacht te maken als agent van de vijand, hetzij door het uitoefenen van politieke invloed, hetzij door het dreigen met rechtszaken – Het is van alle tijden en overal.

De vraag is alleen of we ons hier drukker moeten maken om dat verschijnsel in China, Rusland en Turkijke – waar men VPN-gebruik aan banden probeert te leggen – of beter eerst kritisch kunnen kijken naar wat we zelf eigenlijk aan het doen zijn, of tenminste… Waar we zelf achteraan lopen. Natuurlijk is directe censuur en het verbieden van mogelijkheden je daar aan te onttrekken nog van een iets andere orde dan de manieren waarop in Westerse samenlevingen wordt geprobeerd informatie in diskrediet te brengen en de exposure van zulke informatie te beperken, maar de trend is niet hoopgevend.

Enkele voorbeelden:

Wikileaks: Wordt besmeurd als Russische agent die door Russen van de DNC server gestolen informatie zou hebben gepubliceerd. Voor geen enkel element uit die feitenversie is nog enig bewijs geleverd. Ondertussen publiceert niemand meer over de Wikileaks releases – allemaal zeer schadelijk voor de Amerikaanse intelligence community en allemaal buitengewoon relevant in het licht van de Ruslandhysterie. Julian Assange wordt neergezet als een voortvluchtige die zijn straf probeert te ontlopen. Maar de realiteit is dat de beschuldigingen aan zijn adres  en de manier waarop hij wordt vervolgd rammelen. Van de verkrachtingszaak tot de notie dat het heel normaal is dat er in de UK 24/7 agenten staan te posten voor het vergrijp van “skipping bail”, tot het feit dat de Britten de Zweden hebben afgeraden Assange te verhoren in de Ecuadoriaanse ambassade. Helaas wordt het nog lastig te achterhalen wat er allemaal precies is gebeurd. Een hoop relevante correspondentie tussen de UK en Zweden is vernietigd. De jarenlange vrijheidsontneming van Assange lijkt vooral een politieke vervolging door tegenstanders die Wikileaks vrezen, en al jaren zoeken naar een manier om Wikileaks de mond te snoeren zonder daarbij alle nieuwsdiensten die Wikileaks werk (en andere lekken) hebben gepubliceerd strafbaar te maken. Merk ook het verschil op in toon van the Guardian voor en na Edward Snowden, en het gelazer dat dit the Guardian heeft opgeleverd met de Britse intelligence.

De welbekende Magnitsky zaak: In onze kranten en bladen wordt er eigenlijk zelden tot nooit gewag van gemaakt, maar onze anti-Poetin held Bill Browder is al enige tijd aan het dreigen met rechtszaken tegen eenieder die de documentaire “The Magnitsky Act: Behind the Scenes” vertoont. Deze film, het werk van Russische ex-journalist en filmmaker Andrej Nekrassov, begon als een doodgewone documentaire waarin de strijd van zijn vriend Bill Browder tegen de Russische overheid wordt gevolgd. Gedurende de documentaire ontdekt Nekrassov echter discrepanties in de verhalen en documenten van Bill Browder. Zijn documentaire wordt vanaf dat punt een onderzoek dat tot de conclusie komt dat Browder wel degelijk schuldig is aan fraude, en dat zijn advocaat (of accountant, het blijft eigenlijk onduidelijk) Magnitsky medeplichtige is, en geen klokkenluider.

De reactie in NRC: dat lijkt verdacht veel op wat het Kremlin zegt. En wie anno 2017 iets zegt dat lijkt samen te vallen met geluiden uit het Kremlin? Dat is een fellow traveler natuurlijk. En daarmee is de kous wel af wat NRC betreft. Enige werkelijke inhoudelijke kritiek op de documentaire blijft verder achterwege – als het niet strict anti-Russisch is dan moet het wel Russische propaganda zijn. Dat wordt alvast voor u beslist. Maar de documentaire zelf bekijken? Zo goed als onmogelijk.

Recht op toegang tot informatie is zo bezien dus vooral absoluut voor de burgerbevolking van Rusland, China en andere geopolitieke rivalen, maar iets minder voor ons, burgers van de vrije wereld. Een beetje zoals het vermaarde zelfbeschikkingsrecht.

De ogen sluiten voor de werkelijkheid… Van onbewezen claims

Alsof zijn enthousiaste columns ten tijde van de rampzalige NAVO-interventie in Libië nog niet genoeg waren, meent (ex-)Volkskrant columnist Paul Brill nu anderen de maat te moeten nemen over het sluiten van de ogen voor de onwelgevallige realiteit.

Zo sluit je volgens Paul Brill je ogen voor de realiteit wanneer je, zoals Coen de Jong in zijn column in VK vandaag, van mening bent dat de Rusland hysterie aan het doorslaan is. De Jong waarschuwt in zijn column voor een opmars van censuur als gevolg van deze wijdverspreide hysterie – niet onterecht. Wie de werkwijze bekijkt van clubs als PropOrNot en Hamilton 68 kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat elke vorm van kritiek op Washington en andere westerse machtsbases langzaam aan verdacht wordt gemaakt. En dit niet eens op basis van harde bewijzen nota bene.

Probleem is echter dat in de reguliere nieuwsmedia nauwelijks acht wordt geslagen op de zwakke fundamenten van de verschillende claims over Russische beïnvloeding. Of het nu gaat om de DNC hack, de Wikileaks link, Russische Twitteraccounts, Russische Facebookcampagnes… Wanneer je eenmaal dieper ingaat op de claims blijkt telkens dat harde bewijzen niet voorhanden zijn (over deze claims meer in latere posts).

Kortom, een uitgelezen situatie voor iemand als Paul Brill om nog maar eens “nietes” (16 november 2017) te roepen. De moraal van zijn verhaal is dat waarschuwen voor excessen als gevolg van onbewezen claims eigenlijk neerkomt op het bagatelliseren van onbewezen claims. Dat, zo zegt Brill, is je ogen sluiten voor de realiteit… Van onbewezen claims.