De hippe wereld van fact-checking – Deel 5

Gaap… Weer een mailtje terug gehad van de Brusselse hobbyclub EU vs Disinfo, over deze debunk. Onderaan dit artikel staat de mail waarop ik antwoord heb gekregen, en op basis waarvan men een aanpassing heeft gedaan. Wederom kiest men ervoor de eigen interpretatie van zaken te debunken, en niet de daadwerkelijke inhoud van het bewuste artikel. De debunk zelf raakt dan ook kant noch wal in relatie tot het artikel, en is er met de aanpasssing niet echt beter op geworden.

Hoewel ik heb geprobeerd argumenten te geven om de onzinnigheid van een dergelijke debunk duidelijk te maken lijkt men niet voornemens serieus te kijken naar mijn argumenten – of het ernstige gebrek aan eigen argumenten. Dus werd het vooral veel van hetzelfde, maar dan met een ander linkje er bij. Niet dat dat werkelijk betrekking heeft op het bronartikel, maar daar wen je aan.

De logica die men lijkt te hanteren is dat elk gemaakt punt dat in de verste verte samen lijkt te vallen met Russische propaganda wel Russische propaganda moet zijn, en dus per definitie niet waar. Daarmee zouden het schijnbaar de Russen zijn die met hun propaganda hier het debat aansturen, in plaats van dat de Russen hun oor hier te luister leggen en hun propaganda daarop afstemmen. Maar dat laatste lijkt ContraCourant een stuk logischer  – en een gezonder uitgangspunt voor ons eigen debat.

Een en ander heeft namelijk wel stevige implicaties voor de manier waarop dat debat gevoerd wordt. Een debat waarin bepaalde meningen en stellingnames op voorhand worden gediskwalificeerd als vijandige propaganda is geen open debat. Dat is helaas wel het debat dat EU vs Disinfo en haar aanhangers voor lijken te staan, door zonder solide argumentatie opvattingen tot desinformatie te bombarderen.

ContraCourant adviseert nog maar eens ten halve te keren. Met elke verdere stap loopt het toch al geringe vertrouwen tussen publiek en politiek verdere averij op.

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3, 4

De hippe wereld van fact-checking – Deel 4

Het duurt even, maar dan heb je… Nog niks.

Mail terug gehad van de beste participatiejongens en -meiden van EU vs Disinfo. Vol verwachting klikte ik naar mijn e-brievenbus.

“Thank you for the feedback, we appreciate that you let us know. Indeed, the summary of the disinformation did not reflect the original article and we apologise for the inaccuracy. We have now updated the case and you can find it here: https://euvsdisinfo.eu/report/first-hand-experience-with-the-russian-political-talk-show-phenomenon-shows-that-this-is-bona-fide-journalism/

Kind regards,
East Stratcom Task Force”

Even terug naar de originele debunk…

En op 20 februari heeft Ome CC’s knokpartij (goed, een paar mails) voor onze vrijheid van informatiegaring het volgende opgeleverd:

Probleem: volgens EU vs Disinfo is iemand die uit specifieke persoonlijke ervaringen put en daarmee tegenwicht wil geven aan een naar zijn mening eenzijdig beeld bezig desinformatie te verspreiden. Dat bewijst men niet door zijn stellingname te falsificeren (hetgeen ook lastig is), maar door algemene links te geven waarin wordt gesproken over de onvrijheid van de pers in Rusland. Waarvan een van een Amerikaanse NGO (Freedom House), hetgeen an sich natuurlijk een beetje ironisch is, maar in dit geval niet zo buitengewoon interessant. Wel interessant is misschien de vraag waarom men de boel nu maar omkleedt met 4 links. Aan het pijnlijke feit dat men een nauwelijks falsifieerbaar verhaal probeert te debunken omdat het op gevaarlijke wijze probeert een bestaand beeld te nuanceren verandert het verder weinig.

Ik ben nog steeds van mening dat dit soort twijfelgevallen gewoon helemaal geen plek hebben in een desinformatie database, al is het maar omdat de indrukken van de auteur an sich nergens worden tegengesproken. De debunk is  nog steeds niet gericht op de werkelijke inhoud van het artikel, maar is een debunk van de ruime interpretatie (“Russische media zijn vrij”) van zijn indrukken door de onderzoekers van EU vs Disinfo, zonder daarbij de context van het artikel mee te wegen.

De vraag wie nu beslist wat wel of geen desinformatie is blijft vooralsnog springlevend.

Op de andere debunk (ook een kwestie van interpretatie en mening) heb ik nog geen antwoord gehad, maar we blijven hoopvol.

 

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 3

Inmiddels lijkt iedereen behalve minister Ollongren wel overtuigd van het feit dat we met EU vs Disinfo een verkeerde weg in zijn geslagen. De organisatie rammelt, liegt over de veel te kleine bezetting, heeft helemaal niet de juiste mensen in huis om het werk naar eer en geweten te kunnen doen en lijkt te drijven op de inzet van vrijwillige fanatici. Buiten deze inmiddels geaccepteerde werkelijkheid werpt de vraag zich nog steeds op of Europees geld moet worden besteed aan counter-propaganda, in wiens belang een dergelijke besteding dan precies is, en wie het werk van de checkers checkt.

Wat inmiddels wel duidelijk is, is dat je met een advocaat zult moeten komen om iets uit de “desinformatie database” verwijderd te zien. Een mailtje sturen naar info@euvsdisinfo.eu hoef je niet te doen, dat mailadres is niet in gebruik.

Een mail sturen via de webformulieren op de site levert ook niets op, maar wanneer je in een tweede mailronde vraagt om een ontvangstbevestiging dan krijg je die ook, met de mededeling dat een en ander aangepast wordt indien men daar reden toe ziet. Maar meer ook niet.

Twee weken na het versturen van twee mails via het mailformulier op de website is er aan de twee foutieve entries niets veranderd, terwijl duidelijk is aangegeven wat er niet klopt aan de debunks. Persoonlijke meningen van de fact-checkers lijken de doorslag te geven, zelfs waar de debunk handelt over zaken die in het respectievelijke bronartikel niet eens terug te vinden zijn. Het kan natuurlijk ook te maken hebben met de lage bezetting, maar dan nog is het laakbaar dat incorrecte entries in de “desinformatie database” schijnbaar geen enkele prioriteit hebben. Waar wel tijd voor is, is het posten van video’s van dansende Russische huisvrouwen, hetgeen schijnbaar enig Europees belang moet vertegenwoordigen.

 

De volgende stap zetten; de nepnieuws crisis

Om maar te beginnen met het goede nieuws… Gevestigde kanalen lieten zich niet geheel onbetuigd in het aanzicht van de nakende censuurcultuur waarnaar wij geacht gaan worden ons te schikken. Ik zag een Roderick Veelo weinig doekjes winden om het feit dat het fundament voor deze culturele ommezwaai wel erg dunnetjes is. Ik zag een Marianne Zwagerman waarschuwen (zoals wel vaker, waarvoor mijn enorme waardering) voor de glijdende schaal… En zo nog wel meer. Belangrijk! Dus dit stemt hoopvol.

Maar tegelijk is er iets dat me een beetje stoort. Zoals we (hopelijk) allemaal wel hebben gezien zijn de ontwikkelingen rondom de bestrijding van nepnieuws niet geheel los te zien van de ontwikkelingen rondom Russiagate en al wat daarmee samenhangt, en dan met name de onzorgvuldige en vaak eenzijdige manier waarop daar in de media over wordt bericht. Wat mij dan verbaast is dat bijna niemand die puntjes gewoon eens verbindt, en stelt dat die onzorgvuldige berichtgeving de hamer is waarmee de gevreesde overheidsinmenging erdoor wordt geramd!

Kajsa Ollongren is terecht bij de spreekwoordelijke kraag gegrepen (niet door iedereen, maar vooruit) om haar alarmistische, maar vrij magere verhaal over Russische beïnvloeding. Er was kritiek op haar MH-17 voorbeeld (of liever gezegd, het gebrek daaraan), maar dat het tweede “wapenfeit” uit haar eerste brief aan de Kamer een referentie is aan het ODNI rapport van 6/7 januari 2017, waarbij zij doet voorkomen dat dit rapport bewezen feiten beschrijft (“laten zien dat… dat ook werkelijk doen”) heb ik niemand op zien pikken. Waarom niet? Want het is volstrekt onwaar.

Ook de voorbeelden die zij in haar brieven noemde zijn niet geheel zuiver, zie ook dit eerdere bericht over de kwestie. Noch in Duitsland, noch in Frankrijk is die Russische inmenging vooralsnog een feitelijke zaak gebleken.

Afgelopen week schreven de nieuwsmedia over Twitter in relatie tot Russiagate. Nagenoeg allemaal schreven ze ten onrechte over feitelijkheden inzake de connectie met Internet Research Agency, de inmiddels legendarische trollfarm in Sint Petersburg. Probleem is echter dat dit geen feitelijkheden zijn, maar vermoedens. Zie onder andere de verklaring van Twitter zelf, of de eerdere verklaring voor de senaatscommissie waarin Twitter haar methodiek uit de doeken doet. Twitter beoordeelt accounts op locatie en content, en kijkt of bepaalde accounts geautomatiseerd zijn. Twitter spreekt daarbij vermoedens uit dat het gaat om activiteiten vanuit het Internet Research Agency. Maar Twitter bewijst dat niet en claimt dat ook niet te hebben bewezen. Wanneer Twitter spreekt over IRA-associated of IRA-linked, bedoelt Twitter daarmee accounts waarvan zij vermoeden dat ze gelinkt zijn aan IRA. Niet dat dit accounts zijn waarvan dit is bewezen. Een belangrijk verschil lijkt mij.

Uit de laatste verklaring zelf:

Het enige bewijs dat men aanlevert – buiten locatie, content en mogelijke automatisering – is “informatie van derden”. Wat voor informatie dit is, en waar deze informatie vandaan komt, dat wordt niet duidelijk. Maar schijnbaar is dat niet belangrijk genoeg, en kan er over voldongen feiten worden gesproken en geschreven.

Maar het zijn wel deze quasi-feitelijke nieuwsbombardementen en brieven aan de Kamer waarmee Minister Ollongren en anderen de noodzaak van overheidsingrijpen propageren. Willen we Ollongren en anderen de voet daarin dwars zetten, dan zullen we kritischer moeten worden en niet toestaan dat een discussie die raakt aan onze grondrechten vervuild raakt met misinformatie en desinformatie.

Russiakeet met Ollongren – 2

Eerder al berichtte ContraCourant over de brief van Minister Kajsa Ollongren inzake Russische beïnvloeding. Die riep terecht een hoop vragen op, al werd een van de belangrijkste fouten in haar schrijven aan de Kamer over het hoofd gezien. Wanneer we kijken naar haar toelichting van 15 november blijkt dat de Minister er echt een potje van maakt.

Ze verdedigt haar brief met verwijzingen naar desinformatie rondom het Oekraïne-referendum, wellicht zegt die lachwekkende “dreigvideo” namens het Azov bataljon u nog iets, en naar een verzameling Europese leiders die hebben gezegd dat Russische inmenging een rol heeft gespeeld in voor hen relevante verkiezingen – gelieve niet te vragen om bewijs.

In de brief refereert Ollongren ook aan waarschuwingen over Russische inmenging in Duitse verkiezingen, waarbij ze de diefstal van informatie noemt bij een hack van de Duitse Bundestag.

Probleem is echter dat deze hack en diefstal waarschijnlijk gewoon een lek waren – het onderzoek zoekt de dader al bijna een jaar in eigen kringen. Uiteraard waren de initiële beschuldigingen voor het gemak gericht aan Rusland en Wikileaks.

Amusant, ware het niet dat het voor ’t eggie is. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Groener wordt ‘ie niet, dus kom maar door!

Amper twee dagen na het eerder besproken onzorgvuldige stuk van Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer in relatie tot Russiagate, verschijnt vandaag een nieuw artikel op de Twitterfeed van De Groene. Dit keer een stuk van Jan Kuitenbrouwer, wederom iemand met een respectabele staat van dienst. Door het hele stuk heen wekt Kuitenbrouwer een klein beetje de indruk te schrijven namens een verlichte club waarheidssprekers. Ten onrechte, want in zijn schrijven strooit Kuitenbrouwer met onzorgvuldigheden en onwaarheden. Aan de hand van deze onzorgvuldigheden en onwaarheden oppert hij naar het aanziet serieus “te doen wat autoritaire regimes doen: bepaalde delen van het internet gewoon afsluiten.” If you can’t beat them, joint them! Al valt er uiteraard wel het een en ander op te merken aan de nogal arbitraire scheidslijn die Kuitenbrouwer trekt tussen us en them, in de context van manipulatie en misinformatie via (digitale) media.

Kuitenbrouwer onderbouwt zijn verhaal deels met verwijzingen naar het werk van Freedom House, een Amerikaanse NGO die op geen enkele manier kan worden gezien als een onafhankelijke bron zonder politieke agenda. Waar Nederlandse journalisten het idee vandaan halen dat dit soort bronnen een fatsoenlijke bijdrage kunnen leveren aan een objectieve blik op zaken is ContraCourant een raadsel, maar het is de afgelopen jaren gemeengoed geworden. In de strijd tegen de vermeende misinformatie-campagne vanuit Moskou is het vanuit quasi-activistisch oogpunt blijkbaar toegestaan de gewenste “feiten” hier en daar een zetje in de rug te geven, en daarmee de journalistieke principes overboord te zetten.

Gesloten gemeenschappen met eigen feiten

Hoewel ContraCourant het met (een deel van) de strekking van het artikel eens is – de concentratie van macht en invloed van commerciële nieuwsdiensten en -platforms is ook voor ContraCourant een belangrijk issue – is de manier waarop Kuitenbrouwer zijn verhaal probeert te vertellen eerder onderdeel van het probleem dat hij aanhangig maakt dan dat het een constructieve bijdrage levert aan het bestrijden van dit probleem. Ga maar na, Kuitenbrouwer heeft in zijn artikel nergens plaats voor het feit dat je, door de macht om te oordelen over wat waarheid is te institutionaliseren en concentreren binnen commerciële nieuwsdiensten en van staatswege gefinancierde denk-tanks geen van de problemen oplost die hij bespreekt. Integendeel, dit is een opstap naar directe en indirecte censuur – op subjectieve gronden, zoals de verslaglegging over Russiagate al bijna twee jaar zien. In dit licht bezien is het wellicht niet vreemd dat Kuitenbrouwer zijn oren laat hangen naar oplossingen van autoritaire regimes, wiens invloed we volgens Kuitenbrouwer nu juist willen beteugelen.

Een en ander weerhoudt Kuitenbrouwer er zoals gezegd niet van zich op te werpen als kampioen van de verlichte waarheidssprekers. Zo komt hij tot grootse uitspraken als deze, over de manier waarop internet ons tot willoze echoputten zou maken:

“Gesloten gemeenschappen met hun eigen ‘nieuws’, hun eigen ‘feiten’. Dialoog met andersdenkenden wordt moeilijker, de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg. Argwaan en kwade trouw worden de basishouding, de tegenpartij deugt niet en liegt, smaad en laster zijn gepermitteerd, open mindedness is een ondeugd…”

Wat ContraCourant betreft allemaal net zo goed van toepassing op de gevestigde mediaorde waar Kuitenbrouwer toe behoort. Gevierde nieuwsinstituten bestoken nietsvermoedende nieuwsconsumenten al jaren met gesynchroniseerde, politiek geladen campagnes – soms met zeer dubieuze bronnen, zoals ten tijde van de slag om Aleppo – waarin de feiten en achtergronden een onderschikte rol spelen. Hierbij vindt een enorme hoeveelheid kruisbestuiving plaats, en worden de grote lijnen uitgezet door een paar grote instituten, zoals de New York Times en de laatste jaren ook steeds meer The Guardian, die zich sinds dreigingen uit de Britse intelligence (naar aanleiding van de samenwerking met Snowden) op opvallende wijze opwerpt als vehikel voor smaad en laster ten dienste van die gevestigde orde. Over gesloten gemeenschappen gesproken.

Gevalletje projectie

Daarbij komt het feit dat die bronnen net zo goed feitenvrije verhalen de wereld in slingeren, al dan niet kracht bijgezet door zogenaamde experts zoals die van bijvoorbeeld een Bellingcat. Om een voorbeeld te geven (vraag gerust om meer, ContraCourant kan en wil namelijk wél leveren): ten tijde van de vermeende chemische aanval in Idlib in Syrië kwam van Assad en de Russen het verweer dat Syrische vliegtuigen mogelijk een bom hadden gegooid op een door rebellen als opslagplaats voor chemisch wapentuig gebruikte loods. Vervolgens hebben veruit de meeste kranten in het Westen volop plaats geboden aan de aan Bellingcat gelieerde Dan Kaszeta, die onder andere liet optekenen dat de uitleg die de Russen gaven een fysieke onmogelijkheid is. In de commerciële nieuwsmedia werd daarmee als het ware een onbetwist feit gecreëerd. Probleem is echter dat dit “feit” helemaal geen feit is, en dat de wel degelijk bestaande twist over dit onderwerp moedwillig aan het zicht wordt onttrokken door er geen aandacht aan te schenken. Zo liet Jerry Smith (field manager van de OPCW wapeninspectie missie in Syrië), tijdens een interview met Channel 4 over de suggestie dat het onmogelijk is dat de vermeende chemische aanval een ongeluk betreft, weten dat “that is not the case at all” en “there is every possibility that”… exact datgene dat onmogelijk heet te zijn gebeurd is. Saillant detail daarbij is overigens dat een referentie aan de woorden van Smith destijds is gepubliceerd in een artikel van de BBC, om 35 minuten later zonder opgaaf van reden te worden verwijderd.

De dialoog met andersdenkenden die Kuitenbrouwer aanhaalt getuigt al helemaal een ontluisterend eenzijdige blik op zaken. Wie is hier nu degene die een lans breekt voor censuur op volstrekt subjectieve gronden? “De tegenpartij deugt niet, en liegt”, deze gedachtengang schrijft Kuitenbrouwer aan derden toe… Maar wie is nu degene die zonder enige inhoudelijke verantwoording (behalve zich te beroepen op de schijnbare arbiters van waarheid) alternatieve uitleg bestempelt als alternatieve feiten? De pot verwijt de ketel dat ‘ie zwart ziet!

Maar de absolute klapper is toch wel deze: “de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg”. Welke empirische basis? De zogenaamde “feiten” die Kuitenbrouwer en Van de Ven verspreiden? Kuitenbrouwer positioneert zichzelf en de gevestigde orde van medialand hier wederom volstrekt ten onrechte als objectieve arbiters. De genoemde smaad en laster zijn onmisbare gereedschappen in dit soort oppervlakkige pogingen de controle over het narratief te behouden, zoals we bij Julian Assange en Wikileaks kunnen zien. Waar Kuitenbrouwer met open mindedness op doelt is ContraCourant een raadsel. Zijn schrijven is nu juist een exemplarische uiting van waarheidscreatie met politiek opportune oogkleppen op.

Veel herhaling, weinig substantie

Dergelijke waarheidscreatie is altijd gediend bij veelvuldige herhaling van onbewezen beschuldigingen en het onzorgvuldig presenteren van “feiten”. Daar draait Kuitenbrouwer zijn hand dan ook niet voor om. Te lezen valt weer eens hoe Julian Assange Russische hack-data verspreidde ter beschadiging van Hillary Clinton. Die zinsnede bevat welgeteld nul bewezen feiten, maar toch wordt dit verhaal aan de lopende band als zodanig opgevoerd. Even later beweert Kuitenbrouwer dat Assange en Wikileaks door gebrek aan regulering inzake fake-news Donald Trump de verkiezingen hebben helpen winnen. Zo probeert hij nog wat substantie te geven aan het idee dat Trump aan het presidentschap is geholpen door een buitenlandse mogendheid, al kan hij er nul bewijs voor laten zien. Wat Wikileaks en fake-news met elkaar te maken hebben weet werkelijk niemand, maar het is evengoed fijn als u het idee krijgt dat daar een link tussen bestaat.

Tussen neus en lippen door refereert Kuitenbrouwer ook nog losjes aan de brief van Ollongren (wederom zonder te wijzen op haar kapitale fout in die brief, dat blijkt echt heel moeilijk te zijn) en het “feit” dat 156.000 Russische Twitterbots zijn “ingezet” in een poging de Brexit-stemming te beïnvloeden. Onzin.

Het feit is dat die 156.000 accounts (156.252 om precies te zijn) door Twitter zijn geïdentificeerd als Russischtalige accounts die in het Engels EU-vijandige meningen uitten. Daar dient bij te worden aangetekend dat een onderzoek naar 419 van de 2.752 Twitteraccounts die door Twitter voor de senaatscommisie zijn aangemerkt als Russisch, opleverde dat 70% van alle posts die dit onderzoek betreft dateren van na het Brexit referendum. En niet te vergeten, ook Twitter en Facebook hebben nul hard bewijs geleverd dat welk account dan ook direct verbindt aan de trollenfabriek in Sint Petersburg, die zo onderhand een mythische status begint te krijgen.

ContraCourant vindt het erg jammer dat artikelen als dit artikel van Jan Kuitenbrouwer, waarin in de kern een valide punt lijkt te worden gemaakt, worden misbruikt voor het verspreiden van desinformatie en het salonfähig proberen te maken van censuur. Daarnaast ontstaat een beetje de indruk dat dit ook een schop is naar de ontwikkeling van een nieuw mediaveld, waarin de klassieke media het lijken af te moeten leggen tegen die nieuwe ontwikkelingen, zowel bedrijfsmatig als inhoudelijk.

Dat hij dit allemaal doet in een progressief blad als de Groene Amsterdammer is, om het maar met een licht cynisch understatement te zeggen, een verfrissende poging het tij te keren.

PS. In het artikel van Kuitenbrouwer (daterend van twee dagen van voor onderstaande Twitteruitspraak) valt overigens ook het volgende te lezen:

“Als je van het waterbedrijf mag verwachten dat er geen modder uit de kraan komt, mag je van een internetprovider misschien ook eisen dat hij geen giftige informatie verspreidt.”

 

 

 

Coen van de Ven blaast u rook in de ogen

Aanvulling 21/2/2018 – Ik heb vandaag over dit artikel gesproken met Coen van de Ven. Hij gaf aan de strekking van dit artikel niet te onderschrijven, maar wel acht te hebben geslagen op het intransparante karakter van het werk van Hamilton 68, en het met me eens te zijn dat Hamilton 68 als zodanig een bron is aan wiens werk niet zondermeer conclusies te verbinden zijn. Dat Coen van de Ven de moeite heeft genomen het artikel te lezen en van feedback te voorzien wordt zeer gewaardeerd!

Vandaag in De Groene Amsterdammer een stuk naar aanleiding van de eerder ook op ContraCourant besproken brief van Minister Ollongren aan de Tweede Kamer. Het stuk komt van de hand van Coen van de Ven, zo te zien toch zeker niet iemand zonder noemenswaardige staat van dienst.

Het artikel gaat nergens in op de feitelijke onjuistheid (een mooie term voor kapitale misser) in de brief van Ollongren, maar is daarentegen aardig gelardeerd met halve waarheden, hele onwaarheden en onbewezen claims die nog maar eens de indruk moeten wekken dat er onder alle rook heus wel een vuur woedt.

Een en ander begint met de “Gerasimov” doctrine. Het is tegenwoordig erg populair om bepaalde zaken te duiden als “typerend Russisch”, en dit “gegeven” naar voren te schuiven in een poging zachte verhalen hard te maken. Dit zagen we bijvoorbeeld al eerder gebeuren rondom de DNC hack, waar volstrekt ongegrond het beeld werd geschetst dat de werkwijze van de vermeende hackers een Russisch karakter leek te hebben. Vandaag is het verhaal dat het ontwrichten van samenlevingen, in plaats van een directe aanval, een typerende oude Sovjet techniek is.

De realiteit is dat hier niets specifiek Russisch aan te ontdekken valt. Het concept is zo oud als de weg naar Rome, en als er een machtscentrum is dat in de tegenwoordige tijd praktisch gebruik maakt van intriganten dan ligt dat toch echt in Washington, dat sinds de jaren 80 van de vorige eeuw haar mondiale netwerk aan NGO’s en denk-tanks inzet om haar politieke en militaire doelen te helpen bewerkstelligen.

Voortbordurend op dit zoveelste kunstmatige beeld van het sterk Russische karakter van zaken die zonder hard bewijs aan Rusland worden toegeschreven gaat Van de Ven nog een stapje verder. Te lezen valt hoe Rusland “Trump een digitaal zetje gaf”. Wat daarmee precies bedoeld wordt blijft onduidelijk. Schijnbaar mogen we als lezer zelf iets invullen, we hebben tenslotte allemaal wel iets gehoord of gelezen over dit soort zaken. In hoeverre dit soort onzorgvuldigheid journalistiek verantwoord is – dat mag de lezer zelf invullen.

Maar we gaan verder, want zelfs Merkel en Macron beklaagden zich volgens Van de Ven over Russische inmenging tijdens hun verkiezingen. Dat geheime diensten in beide landen na eerdere claims in die richting hebben ontkend dat zoiets heeft plaatsgehad doet er niet toe, want we kunnen ons nu beroepen op beïnvloedingscampagnes op social media. Niet dat er op dat gebied harde bewijzen zijn geleverd die de vermeende campagnes linken aan de vaak aangehaalde trollenfabriek in Sint Petersburg (een “Russisch account” is bijvoorbeeld elk account waarop ooit is ingelogd vanaf een Russisch IP adres, en dan beginnen we nog niet over de mogelijkheden dit soort data te manipuleren, en ja… Ook geolocation wordt in sommige verhalen aangevoerd als een vorm van bewijs)… Of dat er zelfs maar een nullijn is vastgesteld waarlangs de significantie van het aantal Russische accounts dat zich bemoeit met voor Rusland relevante geopolitieke zaken kan worden gemeten. Maar wanneer je waarheid probeert te smeden uit een selecte verzameling halve verhalen ga je nu eenmaal een hoop halve verhalen nodig hebben en zul je het vuurtje constant moeten opstoken.

In zijn enthousiasme sleept Van de Ven vervolgens de (ook vrij dubieuze) Russische trollenwachters van Hamilton 68 erbij. Hier stuurt hij het zaakje aardig in het honderd wanneer hij (wederom onzorgvuldig) claimt dat Hamilton 68 honderden door het Kremlin aangestuurde Twitteraccounts volgt die zouden opereren vanuit (daar is ie weer) de trollenfabriek in Sint Petersburg. De realiteit van Hamilton 68 is een heel stuk genuanceerder (wellicht is ongenuanceerder eigenlijk een betere woordkeuze) dan Van de Ven hier doet voorkomen.

Hamilton 68 is een project van de Alliance for Securing Democracy, zogezegd gehuisvest bij het German Marshall Fund of the United States en aangestuurd door mevrouw Laura Rosenberger en meneer Jamie Fly. Rosenberger was recentelijk nog betrokken bij de presidentiële campagne van Hillary Clinton als adviseur buitenlandbeleid. Jamie Fly is onder andere voormalig national security counselor van de neoconservatieve havik Marco Rubio, verliezend kandidaat in de Republikeinse primaries (hetgeen ook al de schuld was van Rusland).

Ofwel, afkomstig uit de hoek waar “Russiagate” is geboren en getogen – een ietwat cynisch ogend bondgenootschap tussen verliezende Democraten en verliezende Republikeinse haviken voor wie Trumps hints naar detente met Rusland een doorn in het oog waren. In hoeverre we van deze club een onbevooroordeeld geluid zullen horen is natuurlijk de vraag – zij hebben direct belang bij het warmhouden van “Russiagate” om hun eigen falen te maskeren en het presidentschap van Trump nog verder te beschadigen dan hij zelf dagelijks doet, met de beschuldiging van collusie met de Russen.

Naast de oorsprong is ook de methodiek van Hamilton 68 wel zo relevant. Zeker wanneer je deze, zoals Coen van de Ven doet, dusdanig simplificeert dat je eigenlijk gewoon onzin verkondigt. Hamilton 68 volgt namelijk geen honderden accounts die in Sint Petersburg zijn gestationeerd. Wat Hamilton 68 wel doet is het volgende:

Men volgt 600 Twitteraccounts waarvan is “vastgesteld” dat zij gelinkt zijn aan Russische beïnvloedingscampagnes. Zoals op de website zelf ook te lezen valt (voor Coen, voor de volgende keer) stelt men zelf al direct dat niet al deze accounts worden aangestuurd door de Russen. Wat helaas nergens wordt aangegeven is hoe men volgens de Hamilton methodiek dan gelinkt zou raken aan Russische beïnvloedingscampagnes. Eigenlijk valt aan de hand van de informatie die Hamilton 68 zelf verstrekt alleen de conclusie te trekken dat eenieder die naar de zin van de “onderzoekers” iets te vaak Russische misinformatie (een net zo min op verifieerbare gronden gestoeld concept) deelt onderdeel is van een Russische campagne. Nergens wordt in die zin ook maar een begin van een verantwoording gegeven over de manier waarop wordt vastgesteld dat de verspreide boodschap feitelijk onjuist is.

Wat wel wordt aangegeven is dat waarschijnlijk het merendeel van de content waar men binnen dit “netwerk” over spreekt niet is gecreëerd door Rusland maar door derden, en dat het bewuste “netwerk” deze content uitvergroot omdat het volgens de “onderzoekers” aansluit op Russische thema’s.

De enige harde feiten waar Hamilton 68 zich op baseert zijn het feit dat er op Twitter content wordt gedeeld van Russische staatsbronnen, soms door mensen die openlijk aangeven pro-Russisch te zijn, en dat er geautomatiseerde accounts bestaan die veel content delen die samen lijken te vallen met voor Rusland relevante thema’s. Er is buiten de gedeelde content geen sprake van een aantoonbaar verbonden netwerk, noch is er sprake van een aantoonbare link naar de Russische overheid. Feitelijk stelt men dat bepaalde informatie per definitie misinformatie is (hetgeen nergens wordt hard gemaakt), en dat er betekenisvolle conclusies te trekken zijn op grond van het gegeven dat binnen via social media aan elkaar gelinkte mensen en groepen met bepaalde voorkeuren een soort echokamers ontstaan. Als klap op de vuurpijl weigert men de namen behorend tot de bewuste accounts vrij te geven, omdat dit het gedrag van die accounts zou kunnen beïnvloeden, hetgeen het eigen project onbruikbaar zou maken. Meer is er domweg niet. Zo bezien is Hamilton 68 enorm veel gewichtige verdachtmaking in een kek wetenschappelijk jasje (in realtime! wow!), maar blijkt de keizer bij nader inzien gewoon de onverbeterlijke exhibitionist die ContraCourant de afgelopen jaren heeft leren kennen.

Kortom: Van de Ven refereert aan een nogal dubieus project en geeft daarbij ook nog eens een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken. Hij schrijft daarbij: “Alles wat een kras betekent op de zelfgenoegzame uitstraling van het Westen krijgt zo digitaal extra wind in de zeilen”.

Laat ContraCourant dit omdraaien op een manier die meer recht lijkt te doen aan de aangehaalde situatie: Alles wat een kras betekent op de zelfgenoegzame uitstraling van het Westen moet wel Russische misinformatie en propaganda zijn.

In de rest van het artikel probeert Van de Ven gelukkig wel een kleine lans te breken voor enige waakzaamheid. Een al te fanatieke jacht op vermeende misinformatie zou immers kunnen ontaarden in een heksenjacht die leidt tot indirecte censuur (bijvoorbeeld door besmeuring of verminderde toegankelijkheid van bronnen), of zelfcensuur uit angst te worden uitgemaakt voor een agent van de vijand. En passant refereert Van de Ven daarbij ook nog aan de verhoren van Twitter, Facebook en Google voor een speciale senaatscommissie. Hij noemt het resultaat daarvan teleurstellend, maar doelt daarbij waarschijnlijk niet op het feit dat ook de door die bedrijven afgeleverde reportages nog niet een begin van een wetenschappelijk verantwoorde basis hebben. Waarschijnlijk bedoelt Van de Ven daarmee ook niet dat het teleurstellend is wanneer zulke bedrijven op het matje moeten komen in de wetenschap dat een niet bevredigend antwoord verstrekkende gevolgen kan hebben voor de toekomstige bedrijfsvoering, en zich wel twee keer achter de oren zullen krabben voor ze iemand als senator Mark Warner tegen zich in het harnas jagen. Logischer lijkt het dat Van de Ven het teleurstellend vond dat (in deze context) relatief onschuldige derden niet het harde bewijs leverden dat hij en anderen zelf ook nergens vandaan weten te halen, en dat zij ook geen kant-en-klare ideeën hebben over het bestrijden van een vaag concept als beïnvloedingscampagnes zonder afbreuk te doen aan een heel scala aan Westerse verworvenheden, hier en daar ondersteund door een wetje en grondrecht of wat.

Zoals Van de Ven schrijft: “Een gezonde open democratie is uiteindelijk een goed geïnformeerde democratie”. Dat doet ContraCourant deugd. Nu alleen zelf nog een bijdrage leveren aan die informering. Dat doet hij met zijn artikel helaas niet – integendeel.

 

 

 

 

Russiakeet met Ollongren

Met enige onrust werd deze week de brief aan de Tweede Kamer van Kajsa Ollongren over Russische beïnvloeding ontvangen. Over de onzorgvuldigheid van die brief is al het een en ander geschreven en besproken (o.a. NRC en TPO), maar daarbij werd voorbij gegaan aan het fundament van haar relaas. In de brief beweert Ollongren namelijk dat de rapportages van Amerikaanse inlichtingendiensten van 6/7 januari 2017 laten zien dat:

“statelijke actoren niet alleen de intentie en de capaciteit hebben om zich via digitale middelen actief te mengen in democratische processen, maar dat ook daadwerkelijk doen”

Wellicht had Ollongren wat Amsterdamse afscheiding in haar oog toen zij de bewuste rapportage las, maar de inhoud en betekenis van dit gedeclassificeerde ODNI rapport zijn haar blijkbaar ontgaan. Een Intelligence Assessment is geen bewijsvoering, noch een document dat hard bewijs levert. Een Intelligence Assessment is een inschatting. Dit valt in het bewuste rapport overigens ook te lezen.

Buiten deze misvatting levert de brief nog een interessante uitspraak op. Zo heeft de AIVD meerdere via Nederland verlopende cyberaanvallen waargenomen, uitgevoerd door staatsactoren. Attributie van deze aanvallen is niet of nauwelijks mogelijk, zo valt ook te lezen in de brief. Hoe men tegelijk kan weten dat internationale cybercriminaliteit van staatsactoren komt, maar attributie van die aanvallen niet of nauwelijks mogelijk is, dat snapt ContraCourant niet zo goed.

Alhoewel… Veel hacks zijn de laatste jaren aan Rusland toegeschreven op basis van het gebruik van de software suite Agent-X (zo ook de DNC hack). De realiteit is echter dat dergelijke software die eenmaal via het web is ingezet vanaf dat moment voor iedereen te modificeren en gebruiken en/of verspreiden is.