Over veto-recht en onafhankelijkheid

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de Kamer en het land voorgelogen over het bestaan c.q. de inhoud van een zogeheten “non-disclosure agreement” tussen leden van het Joint Investigation Team, waarbij het vooral gaat om het zogenaamde veto-recht over de publicatie van onderzoeksgegevens van aan het onderzoek deelnemende landen. Een en ander kwam definitief uit toen de Australiërs het bestaan van deze overeenkomst erkenden, maar het amateuristische liegen vanuit het Ministerie verdient evengoed de aandacht. Op 22 december 2014 ging dat ongeveer zo:

Consensus onder de partners over publicaties is uiteraard exact hetzelfde als een vetorecht over publicaties. Een dergelijke, feitelijk correcte uitleg van deze begrippen is natuurlijk niet nieuw of onbekend. Zie bijvoorbeeld deze passage uit de Goedkeuring van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa:

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid vertolkte de grote Nederlandse rol in zowel het technische als het strafrechtelijke onderzoek als volgt:

“”Nederland heeft veruit de meeste slachtoffers te betreuren. Om die reden nam en kreeg Nederland het voortouw bij de coördinatie van de strafrechtelijke samenwerking tussen de getroffen landen. Dit houdt in dat het OM de dagelijkse leiding heeft over het gemeenschappelijke, internationale opsporingsteam (het JIT). Gezien de uitstekende staat van dienst, de bewezen onafhankelijkheid en de grote mate van expertise aanwezig bij zowel het OM als de OVV, is Nederland in staat de verantwoordelijkheid te dragen voor beide onderzoeken.”

De rol van het OVV geloof ik wel. Maar is het OM (dat het JIT leidt) bewezen onafhankelijk? Die staatsrechtelijke discussie is ouder dan ik zelf ben.

Nu wil ik niet beargumenteren dat het onderzoek naar de MH17 verschrikking gecorrumpeerd is. Daar zou veel meer informatie voor nodig zijn dan waarover ik kan beschikken. Maar ik stel wel dat er beweringen zijn gedaan, en een politieke situatie bestaat waarover mijns inziens iets te makkelijk heengestapt is. In het licht van recente onthullingen over politieke invloed op onderzoek dat politiek gevoelig ligt, denk ik dat daarmee niemand een dienst wordt bewezen.

Informatie moet een eind maken aan de informatie-oorlog…

… Of de informatie-oorlog maakt een eind aan informatie.

Onder luid applaus werd Facebook (mede) verantwoordelijk gehouden voor Russische inmenging in het democratisch proces in de Verenigde Staten. Groot was de verontwaardiging toen bleek dat het platform zich leende voor het schimmige werk van Cambridge Analytica.

Tot zoverre niet zoveel op af te dingen. De aandacht was meer dan gerechtvaardigd, hoewel niet altijd even oprecht. Een en ander speelt tegen een achtergrond van Rusland-hysterie die tot op de dag van vandaag warm wordt gehouden in afwachting van iets dat door mag gaan voor bewijs – en daarbij gretig aftrek vindt bij mensen die het verlies van de Democraten graag bij Rusland leggen. Dat is relevant, omdat die achtergrond het feitelijke verhaal over “nepnieuws” en desinformatie/misinformatie kleurt.

Zie bijvoorbeeld dit artikel van CNN, een van tientallen sensationele artikelen waarin een impopulaire mening op Twitter besmet wordt met “Rusland”, gebruik makend van het volstrekt onbetrouwbare Hamilton 68 dashboard.

In de woorden van hij-die-genegeerd-dient-te-worden, Julian Assange (maar zelf even naar de website surfen en de methodiek proberen te verifiëren zou afdoende moeten zijn):

Recentelijk was er ook een interessante kwestie in de Britse media, waar the Guardian zichzelf weer eens tot lulletje van de klas wist te degraderen door mensen van vlees en bloed te kwalificeren als Russische bot, op basis van hun opvattingen over bepaalde (politieke) zaken.

Daarin stond en staat the Guardian natuurlijk niet alleen. Vanaf het moment dat het moedwillig (we praten niet over een stel dyslectische brugpiepers, met alle respect verder) verkeerd interpreteren van de verklaringen die Twitter gaf voor de senaatscommissie inzake Russiagate bon ton werd bevonden, en waarschijnlijk al even daarvoor, is het “debat” in een vrije val geraakt. Er is eigenlijk helemaal geen debat meer. Er is de schone waarheid en haar vertolkers enerzijds, en boos Russisch Twitter anderzijds. Het laat zich raden hoe onwelgevallige meningen worden gecategoriseerd.

Saillant detail dat niet mag ontbreken is overigens het werk en de mening van de heer Ben Nimmo, werkzaam bij the Atlantic Council’s DFRLab, die niet alleen zichzelf als voorhoede positioneerde in dit “gevecht”, maar schijnbaar ook door Sky News en/of de Britse overheid als zodanig wordt gezien, getuige dit interview met Russische bot Ian bij Sky.

Om het verhaal weer even terug te brengen naar het luide applaus waaronder Facebook in het strafbankje wordt gezet… Ik maak al enige tijd geen geheim van mijn pessimistische kijk op zaken.

Dus wat schetste mijn verbazing niet van de week? De blijde aankondiging (voor wie op zoek ging) van het feit dat DFRLab gaat samenwerken met Facebook in de strijd tegen “nepnieuws”. Een onderdeel van een denktank die ooit is opgericht ter versterking van de NAVO en tegenwoordig mag worden beschouwd als onderdeel van de Strategische Communicatie van de NAVO. Bezien in de hierboven kort uiteengezette context moge duidelijk zijn dat DFRLab’s missie geen waarheidsvinding betreft, maar strategische communicatie.

Facebook wil blijven leven, Washington en vrienden willen controle over het narratief behouden, met of zonder verdere training van Cambridge Analytica’s moederbedrijf SCL.

1+1=2. Maar reken het gerust na.

Ook in het nieuws (voor wie op zoek ging), het bericht dat YouTube video’s van “bekende samenzweringstheorieën” wil gaan voorzien van teksten van en links naar Wikipedia en niet nader genoemde derden. Het zou gaan om “de bekendste samenzweringstheorieën”, maar de praktische vertaling blijft zoals altijd dat een of enkele personen voor je zullen vaststellen hoe de zaken liggen, en over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Ook hier zit echter nog een addertje onder het gras, te weten Wikipedia zelf.

Wikipedia is in ieder geval op Twitter groot nieuws geweest de afgelopen week, naar aanleiding van een onnoemelijke hoeveelheid politiek gekleurde edits van de hand van iemand die zich in ieder geval voordoet als één persoon onder de naam Philip Cross (inmiddels Julian). De persoon/personen richten zich vooral op mensen die zich uitspreken tegen het establishment, met name vanuit een anti-oorlogsperspectief. Kan natuurlijk gebeuren, hoe raar ook. Minder in de lijn der verwachtingen ligt de reactie vanuit Wikipedia, recht tegen het overvloedige bewijs in. Het gaat om iemand (waarschijnlijk meerdere personen) die al jaren full-time bezig is met deze sterk politieke edits.

*Update 26/5/2018

Kortom, ook Wikipedia is op z’n zachtst gezegd verdacht bezig. Haal uw “feiten” terwijl ze nog warm zijn.

Dan was er ook nog (*gaap*) wat nieuws voortvloeiend uit een hack van GlobalLeaks. Bleek dat the Center for a New American Security op bestelling papers schrijft voor donoren, in dit geval de VAE die ook lekker willen knallen met militaire drones. Nu kunnen we onze vingers kruisen en hopen dat dit een incident betreft, maar de realiteit is dat dit soort grote, veel in de media aangehaalde denktanks (niet in de laatste plaats de Atlantic Council) allemaal van hetzelfde laken een pak zijn. Allemaal delen ze nagenoeg hetzelfde soort sponsoren en allemaal zijn ze een wie is wie van kruisbestuivende officials in private en publieke sectoren. Het zijn veredelde lobbyclubs. Meer niet.

Het verbindende element in deze verhalen is zoals vanouds het gevaar van het bestempelen van onwelgevallige meningen als vijandige propaganda. Specifiek gevaarlijk wordt het wanneer we establishment lobbyclubs onder het mom van het bestrijden van “nepnieuws” en samenzweringstheorieën een poortwachtersfunctie geven in een toch al onheilig concept van informatiekuising. Een onheilig concept dat ook in Nederland kan rekenen op steun, met name van Minister Ollongren. We weten dat EUvsDisinfo niet zuiver is, maar toch blijft de minister die club steunen terwijl ze blind blijft voor de gevaren van dit soort waarheidsarbiters, en het momentum dat zij meegeven op een toch al buitengewoon glibberige helling.

Het is vijf voor twaalf. De informatie-oorlog is echt. Hoewel sommigen vol bravoure claimen dat het informatie establishment tot een terugtrekking is gedwongen, lijkt mij dat we nu te maken hebben met de harde institutionalisering van (counter) propaganda, waar in vroeger tijden een mannetje bij de krant volstond. Er is wellicht een slag gewonnen tegen een garnizoen. Nu komen de special forces in actie.

Ik zou haast zeggen: ‘verwacht het onverwachte’. Maar dit kunnen we dus verwachten.

PS. Achter deze link nog iets meer info betreffende “Philip Cross” op Twitter, van de hand van Craig Murray. Aanrader!

 

 

 

 

Wonderen duren iets langer

Maar Orakelen wil tussen 9 en 5 over 9 nog weleens lukken…

Is al een tijd mijn pessimistische overtuiging…

Et voilá!

Ik ga er vanuit dat mensen bekend zijn met de Atlantic Council. Zo niet wordt het echt hoog tijd je te informeren. Wellicht is dit artikel een interessant beginpunt.

Geregisseerde foto

Deze foto kwam ik tegen op Erik Mouthaan’s Twitter:

Het gasmasker dat de man op de foto draagt is een oud Sovjet GP-5/ShM-62U gasmasker. Dit masker is op grote schaal geproduceerd tot 1989 en was bedoeld om Sovjet burgers te beschermen tegen nucleaire fall-out. In de GP-5 bus die in het masker wordt geschroefd zit o.a. asbest.

Deze (originele) maskers worden overal op internet aangeboden als rekwisiet/feestartikel en kosten hooguit een paar tientjes.

Het masker dient te worden gedragen over de oren, zoals o.a. op deze pagina uit de handleiding van een GP-5 unit te zien is:

De oplettende lezer zal zien dat op het plaatje een luchtslang staat afgebeeld, dat klopt… Deze maskers waren ook beschikbaar met luchtslang en opbergtas. Naar ik begrijp is dat de militaire versie – de GP5 filterbussen hadden maar een korte operationele tijdspanne, deze versie zal bedoeld zijn om langer met het masker te kunnen werken waar dat nodig is. De grotere filterbus ging in de bijgeleverde draagtas.

Conclusie:

Het gasmasker zoals te zien is op de foto is niet of nauwelijks functioneel. Niet alleen betreft het een minstens 30 jaar oud product, het masker is tevens verkeerd opgezet.

Een gasmasker draag je niet voor de lol of het gemak, maar een niet werkend gasmasker in een gebied waar een gasmasker benodigd is net zo min! Deze meneer bevindt zich niet in een omgeving waar hij een werkend gasmasker nodig heeft. Deze foto is dus hoogstwaarschijnlijk geregisseerd voor maximaal effect.

Aanvulling: Dit heeft betrekking op deze specifieke foto, en plaats en moment waarop deze foto is genomen. Aan 1 foto valt geen enkele verdere conclusie te verbinden over de gebeurtenissen in Douma.

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 5

Gaap… Weer een mailtje terug gehad van de Brusselse hobbyclub EU vs Disinfo, over deze debunk. Onderaan dit artikel staat de mail waarop ik antwoord heb gekregen, en op basis waarvan men een aanpassing heeft gedaan. Wederom kiest men ervoor de eigen interpretatie van zaken te debunken, en niet de daadwerkelijke inhoud van het bewuste artikel. De debunk zelf raakt dan ook kant noch wal in relatie tot het artikel, en is er met de aanpasssing niet echt beter op geworden.

Hoewel ik heb geprobeerd argumenten te geven om de onzinnigheid van een dergelijke debunk duidelijk te maken lijkt men niet voornemens serieus te kijken naar mijn argumenten – of het ernstige gebrek aan eigen argumenten. Dus werd het vooral veel van hetzelfde, maar dan met een ander linkje er bij. Niet dat dat werkelijk betrekking heeft op het bronartikel, maar daar wen je aan.

De logica die men lijkt te hanteren is dat elk gemaakt punt dat in de verste verte samen lijkt te vallen met Russische propaganda wel Russische propaganda moet zijn, en dus per definitie niet waar. Daarmee zouden het schijnbaar de Russen zijn die met hun propaganda hier het debat aansturen, in plaats van dat de Russen hun oor hier te luister leggen en hun propaganda daarop afstemmen. Maar dat laatste lijkt ContraCourant een stuk logischer  – en een gezonder uitgangspunt voor ons eigen debat.

Een en ander heeft namelijk wel stevige implicaties voor de manier waarop dat debat gevoerd wordt. Een debat waarin bepaalde meningen en stellingnames op voorhand worden gediskwalificeerd als vijandige propaganda is geen open debat. Dat is helaas wel het debat dat EU vs Disinfo en haar aanhangers voor lijken te staan, door zonder solide argumentatie opvattingen tot desinformatie te bombarderen.

Dat is, buiten de praktische onwenselijkheid ervan, ook nog eens in strijd met de doelstellingen van de East StratCom Taskforce, onder wiens verantwoordelijkheid EUvsDisinfo valt.

ContraCourant adviseert nog maar eens ten halve te keren. Met elke verdere stap loopt het toch al geringe vertrouwen tussen publiek en politiek verdere averij op.

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3, 4

De hippe wereld van fact-checking – Deel 4

Het duurt even, maar dan heb je… Nog niks.

Mail terug gehad van de beste participatiejongens en -meiden van EU vs Disinfo. Vol verwachting klikte ik naar mijn e-brievenbus.

“Thank you for the feedback, we appreciate that you let us know. Indeed, the summary of the disinformation did not reflect the original article and we apologise for the inaccuracy. We have now updated the case and you can find it here: https://euvsdisinfo.eu/report/first-hand-experience-with-the-russian-political-talk-show-phenomenon-shows-that-this-is-bona-fide-journalism/

Kind regards,
East Stratcom Task Force”

Even terug naar de originele debunk…

En op 20 februari heeft Ome CC’s knokpartij (goed, een paar mails) voor onze vrijheid van informatiegaring het volgende opgeleverd:

Probleem: volgens EU vs Disinfo is iemand die uit specifieke persoonlijke ervaringen put en daarmee tegenwicht wil geven aan een naar zijn mening eenzijdig beeld bezig desinformatie te verspreiden. Dat bewijst men niet door zijn stellingname te falsificeren (hetgeen ook lastig is), maar door algemene links te geven waarin wordt gesproken over de onvrijheid van de pers in Rusland. Waarvan een van een Amerikaanse NGO (Freedom House), hetgeen an sich natuurlijk een beetje ironisch is, maar in dit geval niet zo buitengewoon interessant. Wel interessant is misschien de vraag waarom men de boel nu maar omkleedt met 4 links. Aan het pijnlijke feit dat men een nauwelijks falsifieerbaar verhaal probeert te debunken omdat het op gevaarlijke wijze probeert een bestaand beeld te nuanceren verandert het verder weinig.

Ik ben nog steeds van mening dat dit soort twijfelgevallen gewoon helemaal geen plek hebben in een desinformatie database, al is het maar omdat de indrukken van de auteur an sich nergens worden tegengesproken. De debunk is  nog steeds niet gericht op de werkelijke inhoud van het artikel, maar is een debunk van de ruime interpretatie (“Russische media zijn vrij”) van zijn indrukken door de onderzoekers van EU vs Disinfo, zonder daarbij de context van het artikel mee te wegen.

De vraag wie nu beslist wat wel of geen desinformatie is blijft vooralsnog springlevend.

Op de andere debunk (ook een kwestie van interpretatie en mening) heb ik nog geen antwoord gehad, maar we blijven hoopvol.

 

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 3

Inmiddels lijkt iedereen behalve minister Ollongren wel overtuigd van het feit dat we met EU vs Disinfo een verkeerde weg in zijn geslagen. De organisatie rammelt, liegt over de veel te kleine bezetting, heeft helemaal niet de juiste mensen in huis om het werk naar eer en geweten te kunnen doen en lijkt te drijven op de inzet van vrijwillige fanatici. Buiten deze inmiddels geaccepteerde werkelijkheid werpt de vraag zich nog steeds op of Europees geld moet worden besteed aan counter-propaganda, in wiens belang een dergelijke besteding dan precies is, en wie het werk van de checkers checkt.

Wat inmiddels wel duidelijk is, is dat je met een advocaat zult moeten komen om iets uit de “desinformatie database” verwijderd te zien. Een mailtje sturen naar info@euvsdisinfo.eu hoef je niet te doen, dat mailadres is niet in gebruik.

Een mail sturen via de webformulieren op de site levert ook niets op, maar wanneer je in een tweede mailronde vraagt om een ontvangstbevestiging dan krijg je die ook, met de mededeling dat een en ander aangepast wordt indien men daar reden toe ziet. Maar meer ook niet.

Twee weken na het versturen van twee mails via het mailformulier op de website is er aan de twee foutieve entries niets veranderd, terwijl duidelijk is aangegeven wat er niet klopt aan de debunks. Persoonlijke meningen van de fact-checkers lijken de doorslag te geven, zelfs waar de debunk handelt over zaken die in het respectievelijke bronartikel niet eens terug te vinden zijn. Het kan natuurlijk ook te maken hebben met de lage bezetting, maar dan nog is het laakbaar dat incorrecte entries in de “desinformatie database” schijnbaar geen enkele prioriteit hebben. Waar wel tijd voor is, is het posten van video’s van dansende Russische huisvrouwen, hetgeen schijnbaar enig Europees belang moet vertegenwoordigen.

 

Echte journalistiek

Terwijl de redacties in den lande rustig verder suffen in hun ivoren torentjes wordt elders journalistieke strijd geleverd. Vandaag is de inhoudelijke behandeling van Julian Assange’s zaak inzake het Britse arrestatiebevel tegen zijn persoon. Assange ziet dit bevel logischerwijs graag van tafel, en beroept zich (terecht) op de schimmige procedures die ten grondslag hebben gelegen aan de totstandkoming van het Britse arrestatiebevel, uitgevaardigd vanwege zijn onttrekking aan de borgtocht. De vraag is of die uiteindelijke borgtocht niet tot stand is gekomen op een manier die de rechten van Assange schaadt. Zweden kent een vrij strikt procesrecht, en het heeft er alle schijn van dat de zaak tegen Assange daarin is ontspoord.

Een belangrijke rol in deze zaak is weggelegd voor de Italiaanse journaliste Stefania Maurizi. De documenten die zij middels haar FOIA verzoeken (te zien als de Britse variant op Wob) boven water heeft gekregen spelen een centrale rol in Assange’s pogingen het Britse arrestatiebevel aan te vechten. Hoewel de documenten geen volledig overzicht bieden – een deel van de mailcorrespondentie tussen de UK en Zweden is vernietigd en naar goed gebruik verdwijnen documenten in het niets om later al dan niet weer op te duiken – laat wat er wel leesbaar is vrijgegeven duidelijk zien dat er rondom de persoon Julian Assange een schimmig politiek spel wordt gespeeld.

Zo wordt duidelijk dat de Zweden in 2013 al probeerden op de rem te staan en het Europees arrestatiebevel tegen Assange te laten vallen, maar dat zij daarin niet bepaald werden gesteund door de Britten. Dat is natuurlijk opmerkelijk in een zaak waarin de Britten in opdracht van een Zweeds aanklaagster zeggen te opereren, en blaast Assange’s toch al niet onwaarschijnlijke claim dat de zaak tegen hem een politieke is behoorlijk wind in de zeilen.

Zoals eerder gezegd is Zweeds procesrecht vrij strikt. Bovenstaande onthulling is mede daarom interessant, want hiermee wordt mogelijk aangetoond dat aanklaagster Ny een onderzoek heeft doorgezet dat volgens Zweeds procesrecht (SFS 1998:605, hoofdstuk 23, sectie 4) gestaakt had moeten worden om de belangen van de verdachte niet onnodig te schaden. Eerder bleek al dat aanklaagster Ny de zaak nodeloos had gerekt door te weigeren Assange buiten Zweden te verhoren. Zo bezien lijkt Assange met recht te kunnen claimen dat hem onnodige schade is berokkend.

Wat in ieder geval weer gebleken is, is dat echte journalistiek nog steeds niet dood is. Met dank aan mevrouw Stefania Maurizi. Maar niet aan de vaderlandse pers, die zich liever bezighield met het ridiculiseren van Assange en zijn vervolging, waarbij de feiten doorgaans geen rol van betekenis speelden. Nodeloze en juridisch ongegronde frustraties van het proces door de aanklaagster werden vrij neutraal uitgelegd als “juridisch gesteggel”. Een van de mooiste artikelen die in Nederland is voortgebracht over Assange is toch wel dit stuk van Patrick van IJzendoorn. De VN werkgroep die een oordeel moest vellen over de al dan niet “arbitraire detentie” van Assange, daar zouden geen juristen inzitten. Dat is absoluut niet waar, en het komt recht uit de mond van de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Ook is het “ongebruikelijk dat een verdachte mag bepalen waar een verhoor moet plaatsvinden”, hetgeen rechtstreeks is overgenomen van een Twitterbericht van het Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een publiciteitsstunt, dat is wat Assange’s juridische strijd maar is als we Van IJzendoorn’s schrijven mogen geloven.

Nu kun je het altijd op een verschil in smaak en benadering gooien, maar me dunkt dat het verschil tussen het werk van Maurizi en (bijvoorbeeld) een Van IJzendoorn stevig is, en vragen oproept.

Een en ander wordt nog vervolgd naarmate meer duidelijk wordt. Maar wie werkelijk “meer” wil weten hoeft daarvoor duidelijk niet bij (bijvoorbeeld) de Volkskrant te zijn.

Aanvulling 4-5-2018: het VK artikel van Patrick van IJzendoorn is inmiddels aangepast.

Betrouwbare bronnen – Deel 1: Dan Kaszeta en de BBC

Dit is het eerste deel uit een serie korte artikelen waarin ContraCourant wil laten zien dat betrouwbaar geachte bronnen niet altijd even betrouwbaar zijn. In dit eerste deel kijken we naar een voorval rondom de bekende vermeende chemische aanval in Khan Shaykun in de provincie Idlib in Syrië.

Al snel na de aanval wezen de vingers in de richting van het Syrisch regeringsleger. President Assad en zijn Russische bondgenoten ontkenden achter de aanval te zitten, maar erkenden wel een luchtaanval te hebben uitgevoerd in de directe omgeving van het voorval. Het verweer was dat bij die aanval mogelijk een depot was geraakt waar de bezettende rebellen van Al-Nusra (Tahrir Al-Sham) chemische wapens hadden opgeslagen.

Zij kregen daarvoor de nodige hoon over ze heen. Zo zou de tijdlijn zij gaven niet kloppen, hetgeen bewijs van leugenachtigheid zou zijn. Eenzelfde redenering werd later overigens niet toegepast op het VN rapport over het voorval, waarin mensen al in ziekenhuizen werden opgenomen voor de aanval volgens de tijdlijn plaatshad en in sommige gevallen in ziekenhuizen werden opgenomen meer dan 100 kilometer van Khan Shaykun, ongeveer een uur na de aanval plaats zou hebben gehad. Maar dit terzijde – over Syrië en dit voorval meer in een later artikel.

Een van de opvallendste beweringen rondom het voorval is inmiddels gemeengoed geworden. En dat is niet omdat het een wetenschappelijk feit betreft, maar omdat een aanzienlijk deel van de gevestigde commerciële nieuwsmedia het als een feit heeft gepresenteerd terwijl andere opvattingen aan het zicht werden onttrokken.

Het gaat hier om de opvattingen van Dan Kaszeta, een wapenexpert gelieerd aan Bellingcat. Nu is het wel vaker zo dat opvattingen van Bellingcat als onweerlegbaar feit worden aangenomen (hetgeen redelijk soepeltjes gaat wanneer je niet voornemens bent zelf tot enige analyse te komen) terwijl kritiek op die opvattingen wordt genegeerd, maar in het geval van Dan Kaszeta was men wel heel gretig.

Dan Kaszeta beweerde dat het een fysieke onmogelijkheid is dat er toxische stoffen vrijkomen wanneer chemische wapens door bombardement beschadigd raken. “Alsof je eieren, boter, kaas en champignons uit het raam gooit en dan een omelet op de stoep krijgt.

Case closed, wat velen betreft. Ware het niet dat Jerry Smith (field manager van de OPCW wapeninspectie missie in Syrië) in een interview met het Britse Channel 4 liet optekenen dat Kaszeta’s stelling ongegrond is. Volgens Smith is het in principe gewoon mogelijk dat er toxische stoffen vrijkomen wanneer dergelijke wapens in een bombardement beschadigd raken.

Jerry Smith

Maar waar hebben we het verhaal van Smith nu eigenlijk terug kunnen vinden? Wie heeft er aandacht aan zijn woorden geschonken?

Nou ja, in ieder geval de BBC. Voor welgeteld 35 minuten, waarna de BBC een referentie aan de woorden van Smith uit haar artikel over het voorval verwijderde, om er nooit meer op terug te komen.

De volgende stap zetten; de nepnieuws crisis

Om maar te beginnen met het goede nieuws… Gevestigde kanalen lieten zich niet geheel onbetuigd in het aanzicht van de nakende censuurcultuur waarnaar wij geacht gaan worden ons te schikken. Ik zag een Roderick Veelo weinig doekjes winden om het feit dat het fundament voor deze culturele ommezwaai wel erg dunnetjes is. Ik zag een Marianne Zwagerman waarschuwen (zoals wel vaker, waarvoor mijn enorme waardering) voor de glijdende schaal… En zo nog wel meer. Belangrijk! Dus dit stemt hoopvol.

Maar tegelijk is er iets dat me een beetje stoort. Zoals we (hopelijk) allemaal wel hebben gezien zijn de ontwikkelingen rondom de bestrijding van nepnieuws niet geheel los te zien van de ontwikkelingen rondom Russiagate en al wat daarmee samenhangt, en dan met name de onzorgvuldige en vaak eenzijdige manier waarop daar in de media over wordt bericht. Wat mij dan verbaast is dat bijna niemand die puntjes gewoon eens verbindt, en stelt dat die onzorgvuldige berichtgeving de hamer is waarmee de gevreesde overheidsinmenging erdoor wordt geramd!

Kajsa Ollongren is terecht bij de spreekwoordelijke kraag gegrepen (niet door iedereen, maar vooruit) om haar alarmistische, maar vrij magere verhaal over Russische beïnvloeding. Er was kritiek op haar MH-17 voorbeeld (of liever gezegd, het gebrek daaraan), maar dat het tweede “wapenfeit” uit haar eerste brief aan de Kamer een referentie is aan het ODNI rapport van 6/7 januari 2017, waarbij zij doet voorkomen dat dit rapport bewezen feiten beschrijft (“laten zien dat… dat ook werkelijk doen”) heb ik niemand op zien pikken. Waarom niet? Want het is volstrekt onwaar.

Ook de voorbeelden die zij in haar brieven noemde zijn niet geheel zuiver, zie ook dit eerdere bericht over de kwestie. Noch in Duitsland, noch in Frankrijk is die Russische inmenging vooralsnog een feitelijke zaak gebleken.

Afgelopen week schreven de nieuwsmedia over Twitter in relatie tot Russiagate. Nagenoeg allemaal schreven ze ten onrechte over feitelijkheden inzake de connectie met Internet Research Agency, de inmiddels legendarische trollfarm in Sint Petersburg. Probleem is echter dat dit geen feitelijkheden zijn, maar vermoedens. Zie onder andere de verklaring van Twitter zelf, of de eerdere verklaring voor de senaatscommissie waarin Twitter haar methodiek uit de doeken doet. Twitter beoordeelt accounts op locatie en content, en kijkt of bepaalde accounts geautomatiseerd zijn. Twitter spreekt daarbij vermoedens uit dat het gaat om activiteiten vanuit het Internet Research Agency. Maar Twitter bewijst dat niet en claimt dat ook niet te hebben bewezen. Wanneer Twitter spreekt over IRA-associated of IRA-linked, bedoelt Twitter daarmee accounts waarvan zij vermoeden dat ze gelinkt zijn aan IRA. Niet dat dit accounts zijn waarvan dit is bewezen. Een belangrijk verschil lijkt mij.

Uit de laatste verklaring zelf:

Het enige bewijs dat men aanlevert – buiten locatie, content en mogelijke automatisering – is “informatie van derden”. Wat voor informatie dit is, en waar deze informatie vandaan komt, dat wordt niet duidelijk. Maar schijnbaar is dat niet belangrijk genoeg, en kan er over voldongen feiten worden gesproken en geschreven.

Maar het zijn wel deze quasi-feitelijke nieuwsbombardementen en brieven aan de Kamer waarmee Minister Ollongren en anderen de noodzaak van overheidsingrijpen propageren. Willen we Ollongren en anderen de voet daarin dwars zetten, dan zullen we kritischer moeten worden en niet toestaan dat een discussie die raakt aan onze grondrechten vervuild raakt met misinformatie en desinformatie.