De hippe wereld van fact-checking – Deel 5

Gaap… Weer een mailtje terug gehad van de Brusselse hobbyclub EU vs Disinfo, over deze debunk. Onderaan dit artikel staat de mail waarop ik antwoord heb gekregen, en op basis waarvan men een aanpassing heeft gedaan. Wederom kiest men ervoor de eigen interpretatie van zaken te debunken, en niet de daadwerkelijke inhoud van het bewuste artikel. De debunk zelf raakt dan ook kant noch wal in relatie tot het artikel, en is er met de aanpasssing niet echt beter op geworden.

Hoewel ik heb geprobeerd argumenten te geven om de onzinnigheid van een dergelijke debunk duidelijk te maken lijkt men niet voornemens serieus te kijken naar mijn argumenten – of het ernstige gebrek aan eigen argumenten. Dus werd het vooral veel van hetzelfde, maar dan met een ander linkje er bij. Niet dat dat werkelijk betrekking heeft op het bronartikel, maar daar wen je aan.

De logica die men lijkt te hanteren is dat elk gemaakt punt dat in de verste verte samen lijkt te vallen met Russische propaganda wel Russische propaganda moet zijn, en dus per definitie niet waar. Daarmee zouden het schijnbaar de Russen zijn die met hun propaganda hier het debat aansturen, in plaats van dat de Russen hun oor hier te luister leggen en hun propaganda daarop afstemmen. Maar dat laatste lijkt ContraCourant een stuk logischer  – en een gezonder uitgangspunt voor ons eigen debat.

Een en ander heeft namelijk wel stevige implicaties voor de manier waarop dat debat gevoerd wordt. Een debat waarin bepaalde meningen en stellingnames op voorhand worden gediskwalificeerd als vijandige propaganda is geen open debat. Dat is helaas wel het debat dat EU vs Disinfo en haar aanhangers voor lijken te staan, door zonder solide argumentatie opvattingen tot desinformatie te bombarderen.

ContraCourant adviseert nog maar eens ten halve te keren. Met elke verdere stap loopt het toch al geringe vertrouwen tussen publiek en politiek verdere averij op.

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3, 4

De hippe wereld van fact-checking – Deel 4

Het duurt even, maar dan heb je… Nog niks.

Mail terug gehad van de beste participatiejongens en -meiden van EU vs Disinfo. Vol verwachting klikte ik naar mijn e-brievenbus.

“Thank you for the feedback, we appreciate that you let us know. Indeed, the summary of the disinformation did not reflect the original article and we apologise for the inaccuracy. We have now updated the case and you can find it here: https://euvsdisinfo.eu/report/first-hand-experience-with-the-russian-political-talk-show-phenomenon-shows-that-this-is-bona-fide-journalism/

Kind regards,
East Stratcom Task Force”

Even terug naar de originele debunk…

En op 20 februari heeft Ome CC’s knokpartij (goed, een paar mails) voor onze vrijheid van informatiegaring het volgende opgeleverd:

Probleem: volgens EU vs Disinfo is iemand die uit specifieke persoonlijke ervaringen put en daarmee tegenwicht wil geven aan een naar zijn mening eenzijdig beeld bezig desinformatie te verspreiden. Dat bewijst men niet door zijn stellingname te falsificeren (hetgeen ook lastig is), maar door algemene links te geven waarin wordt gesproken over de onvrijheid van de pers in Rusland. Waarvan een van een Amerikaanse NGO (Freedom House), hetgeen an sich natuurlijk een beetje ironisch is, maar in dit geval niet zo buitengewoon interessant. Wel interessant is misschien de vraag waarom men de boel nu maar omkleedt met 4 links. Aan het pijnlijke feit dat men een nauwelijks falsifieerbaar verhaal probeert te debunken omdat het op gevaarlijke wijze probeert een bestaand beeld te nuanceren verandert het verder weinig.

Ik ben nog steeds van mening dat dit soort twijfelgevallen gewoon helemaal geen plek hebben in een desinformatie database, al is het maar omdat de indrukken van de auteur an sich nergens worden tegengesproken. De debunk is  nog steeds niet gericht op de werkelijke inhoud van het artikel, maar is een debunk van de ruime interpretatie (“Russische media zijn vrij”) van zijn indrukken door de onderzoekers van EU vs Disinfo, zonder daarbij de context van het artikel mee te wegen.

De vraag wie nu beslist wat wel of geen desinformatie is blijft vooralsnog springlevend.

Op de andere debunk (ook een kwestie van interpretatie en mening) heb ik nog geen antwoord gehad, maar we blijven hoopvol.

 

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 3

Inmiddels lijkt iedereen behalve minister Ollongren wel overtuigd van het feit dat we met EU vs Disinfo een verkeerde weg in zijn geslagen. De organisatie rammelt, liegt over de veel te kleine bezetting, heeft helemaal niet de juiste mensen in huis om het werk naar eer en geweten te kunnen doen en lijkt te drijven op de inzet van vrijwillige fanatici. Buiten deze inmiddels geaccepteerde werkelijkheid werpt de vraag zich nog steeds op of Europees geld moet worden besteed aan counter-propaganda, in wiens belang een dergelijke besteding dan precies is, en wie het werk van de checkers checkt.

Wat inmiddels wel duidelijk is, is dat je met een advocaat zult moeten komen om iets uit de “desinformatie database” verwijderd te zien. Een mailtje sturen naar info@euvsdisinfo.eu hoef je niet te doen, dat mailadres is niet in gebruik.

Een mail sturen via de webformulieren op de site levert ook niets op, maar wanneer je in een tweede mailronde vraagt om een ontvangstbevestiging dan krijg je die ook, met de mededeling dat een en ander aangepast wordt indien men daar reden toe ziet. Maar meer ook niet.

Twee weken na het versturen van twee mails via het mailformulier op de website is er aan de twee foutieve entries niets veranderd, terwijl duidelijk is aangegeven wat er niet klopt aan de debunks. Persoonlijke meningen van de fact-checkers lijken de doorslag te geven, zelfs waar de debunk handelt over zaken die in het respectievelijke bronartikel niet eens terug te vinden zijn. Het kan natuurlijk ook te maken hebben met de lage bezetting, maar dan nog is het laakbaar dat incorrecte entries in de “desinformatie database” schijnbaar geen enkele prioriteit hebben. Waar wel tijd voor is, is het posten van video’s van dansende Russische huisvrouwen, hetgeen schijnbaar enig Europees belang moet vertegenwoordigen.

 

Echte journalistiek

Terwijl de redacties in den lande rustig verder suffen in hun ivoren torentjes wordt elders journalistieke strijd geleverd. Vandaag is de inhoudelijke behandeling van Julian Assange’s zaak inzake het Britse arrestatiebevel tegen zijn persoon. Assange ziet dit bevel logischerwijs graag van tafel, en beroept zich (terecht) op de schimmige procedures die ten grondslag hebben gelegen aan de totstandkoming van het Britse arrestatiebevel, uitgevaardigd vanwege zijn onttrekking aan de borgtocht. De vraag is of die uiteindelijke borgtocht niet tot stand is gekomen op een manier die de rechten van Assange schaadt. Zweden kent een vrij strikt procesrecht, en het heeft er alle schijn van dat de zaak tegen Assange daarin is ontspoord.

Een belangrijke rol in deze zaak is weggelegd voor de Italiaanse journaliste Stefania Maurizi. De documenten die zij middels haar FOIA verzoeken (te zien als de Britse variant op Wob) boven water heeft gekregen spelen een centrale rol in Assange’s pogingen het Britse arrestatiebevel aan te vechten. Hoewel de documenten geen volledig overzicht bieden – een deel van de mailcorrespondentie tussen de UK en Zweden is vernietigd en naar goed gebruik verdwijnen documenten in het niets om later al dan niet weer op te duiken – laat wat er wel leesbaar is vrijgegeven duidelijk zien dat er rondom de persoon Julian Assange een schimmig politiek spel wordt gespeeld.

Zo wordt duidelijk dat de Zweden in 2013 al probeerden op de rem te staan en het Europees arrestatiebevel tegen Assange te laten vallen, maar dat zij daarin niet bepaald werden gesteund door de Britten. Dat is natuurlijk opmerkelijk in een zaak waarin de Britten in opdracht van een Zweeds aanklaagster zeggen te opereren, en blaast Assange’s toch al niet onwaarschijnlijke claim dat de zaak tegen hem een politieke is behoorlijk wind in de zeilen.

Zoals eerder gezegd is Zweeds procesrecht vrij strikt. Bovenstaande onthulling is mede daarom interessant, want hiermee wordt mogelijk aangetoond dat aanklaagster Ny een onderzoek heeft doorgezet dat volgens Zweeds procesrecht (SFS 1998:605, hoofdstuk 23, sectie 4) gestaakt had moeten worden om de belangen van de verdachte niet onnodig te schaden. Eerder bleek al dat aanklaagster Ny de zaak nodeloos had gerekt door te weigeren Assange buiten Zweden te verhoren. Zo bezien lijkt Assange met recht te kunnen claimen dat hem onnodige schade is berokkend.

Wat in ieder geval weer gebleken is, is dat echte journalistiek nog steeds niet dood is. Met dank aan mevrouw Stefania Maurizi. Maar niet aan de vaderlandse pers, die zich liever bezighield met het ridiculiseren van Assange en zijn vervolging, waarbij de feiten doorgaans geen rol van betekenis speelden. Nodeloze en juridisch ongegronde frustraties van het proces door de aanklaagster werden vrij neutraal uitgelegd als “juridisch gesteggel”. Een van de mooiste artikelen die in Nederland is voortgebracht over Assange is toch wel dit stuk van Patrick van IJzendoorn. De VN werkgroep die een oordeel moest vellen over de al dan niet “arbitraire detentie” van Assange, daar zouden geen juristen inzitten. Dat is absoluut niet waar, en het komt recht uit de mond van de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Ook is het “ongebruikelijk dat een verdachte mag bepalen waar een verhoor moet plaatsvinden”, hetgeen rechtstreeks is overgenomen van een Twitterbericht van het Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een publiciteitsstunt, dat is wat Assange’s juridische strijd maar is als we Van IJzendoorn’s schrijven mogen geloven.

Nu kun je het altijd op een verschil in smaak en benadering gooien, maar me dunkt dat het verschil tussen het werk van Maurizi en (bijvoorbeeld) een Van IJzendoorn stevig is, en vragen oproept.

Een en ander wordt nog vervolgd naarmate meer duidelijk wordt. Maar wie werkelijk “meer” wil weten hoeft daarvoor duidelijk niet bij (bijvoorbeeld) de Volkskrant te zijn.

De geneugten van ruime interpretatie

Zoals blijkt uit de twee entries op EU vs Disinfo waar ik gisteren over schreef, alsmede uit de absurde en inmiddels verwijderde entries van TPO en GS, hanteert het team achter EU vs Disinfo een nogal ruim begrip van desinformatie. Zo blijkt niet de inhoud van een artikel leidend, maar de interpretatie van de indiener of het team dat geacht wordt de publicatie te beoordelen. Niet alleen dat, men slaagt er zelfs in (delen van) publicaties tot desinformatie te bestempelen op basis van zaken die in de bewuste publicatie niet eens voorkomen.

ContraCourant zal de komende tijd meer aandacht besteden aan dit soort counterpropaganda initiatieven. EU vs Disinfo staat hoog op de lijst, maar ook de heerschappen van PropOrNot verdienen de aandacht, ook al zijn zij geënt op de Amerikaanse markt.

Wat EU vs Disinfo betreft zijn zij zeker geen counterpropaganda club.

Wat de Cambridge Dictionary betreft valt dat te bezien.

Wie immers selectief het concept van desinformatie te lijf gaat, zelfs al zouden zij dat op zuivere wijze doen, is bezig een eenzijdig beeld te creëren en versterken.

Ik ben ook benieuwd of ik een reactie krijg op de gestuurde mails, of dat de deur alleen openstaat voor hen die een advocaat meenemen. Weer een nieuwe interessante dimensie.

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 2

In deel 2 van deze serie weer even iets anders. Ik gooi even wat dingen op een hoopje, maar als persoonlijk blog kun je heerlijk doen wat je wil dus dan moet je dat vooral niet nalaten.

Afgelopen weekend is Robert Parry overleden. Daar wil ik even bij stilstaan, omdat Robert Parry een belangrijk onafhankelijk journalist was en peetvader van de onafhankelijke journalistiek op internet middels Consortiumnews.com – een site waar ContraCourant geregeld naar doorlinkt. Hoewel ik geen journalist ben, en ook geen journalistieke pretenties of ambities heb, is Robert Parry voor mij een danige inspiratie geweest. Ik weet dat ik niet de enige ben voor wie in ieder geval dat laatste geldt. Zijn overlijden zal door velen als een klap worden ervaren, al hebben zij de man nooit persoonlijk ontmoet. Zij hebben zijn werk gelezen, zijn interviews gezien en zijn gegrepen en geïnspireerd door zijn oprechtheid en vasthoudendheid. Want Parry was een echte, en gerespecteerde journalist – maar wel een die weigerde zich aan te sluiten bij de politiek opportune waan van de dag. En dan verword je al snel tot een paria in de mainstream, zoals Parry en sommige van zijn directe collega’s hebben ondervonden.

Mocht je ooit iets op ContraCourant lezen dat je waardevol vindt, denk dan aan Robert Parry. Ik pretendeer niet in zijn voetsporen te kunnen of willen treden (dat is ook zeker niet het doel van dit blog), maar zonder Robert Parry was er zeker geen ContraCourant.

Met dat gegeven in het achterhoofd was de eerste naam die ik intikte bij euvsdisinfo.eu “Consortiumnews”. Ik vond 3 artikelen. Met alle 3 de entries ben ik het oneens. Ik schreef een mailtje, maakte een screenshotje voor “Flessenpost”. Ik zal de lezer de eerste “debunk” waar ik op reageerde niet onthouden trouwens, want die bestrijdt een stellingname die in het hele artikel niet eens terug valt te vinden. Lees zelf maar na in de originele publicatie.

Een paar uurtjes later begon ik aan een tweede mailtje. Dit keer iets uitgebreider. Volgens mij is ‘ie precies goed geworden, maar wellicht had ie iets meer gestructureerd gekund. Hoe dan ook, ik besloot in afwachting van een antwoord mijn kant van de mailwisseling maar alvast te publiceren. Eigenlijk geen idee of dat nou zo interessant is, maar het lijkt me wel een passende inhoud voor deze serie en gaf me direct de kans de aandacht even te vestigen op Robert Parry en Consortiumnews, die mijns inziens worden gemisrepresenteerd met de entries op deze eenzijdige “fact-check” site. De brief begint onder de volgende prikkelende ingevoegde afbeelding die ContraCourant iets minder droog moet maken.

Hi!

In this (https://euvsdisinfo.eu/report/the-west-is-demonizing-president-vladimir-putin-destabilizing-the-russian) “debunk” you imply that the author speaks of direct interference in Russian politics, which he does not. Also, you imply that the author speaks of colour revolution in relation to Russia, which he does not.

Although I know that such inferences are made at times, they are not made in this article. It’s not really clear to me why you choose to imply that these are being made in this article.

As to the content of the original publication, most of it seems to come down to a matter of opinion rather than cold, hard facts. How is one to prove that Putin is being demonized, or not? Such statements should be read in a broader context – but that context should be the author’s perogative first and foremost, notably his own historic work (or even the rest of the article, which clearly seeks to warn about eager acceptance of evidence-free narratives as fact). Not the context you choose to apply to it, as you do referencing the concept of colour revolutions.

One can argue that there are attempts to destabilize the Russian economy through the many economical and financial sanctions against Russia – once more, that would be a matter of opinion.

As to the argument of pressing for regime change, it seems to be a semantical matter also heavily influenced by pre-existing notions on the subject. Fact is that many American NGO’s have in fact been used to “promote democracy” where “politically opportune”, and not always in legal ways, or with happy sunshine results.

(See:
https://consortiumnews.com/2017/10/13/the-legacy-of-reagans-civilian-psyops/ and https://consortiumnews.com/2017/09/13/reagan-documents-shed-light-on-u-s-meddling/ – both from the same author mind you)

As you admit in your debunk, there is some “encouragement of democratisation”. Coupled with what we know about the historical role of NGO’s, one could argue that there are forces “pressuring for regime change”. Especially considering the fact that opinion pieces like these (https://www.washingtonpost.com/opinions/remembering-a-journalist-who-was-killed-for-standing-up-to-putin/2016/10/06/d3a9e176-8bf7-11e6-bff0-d53f592f176e_story.html?utm_term=.4787528e9072) have been written by none less than the founder and current president of one those NGO’s, Carl Gershman of the NED or National Endowment for Democracy, in which he states the US has the means to “contain and defeat this threat” – clearly referring to Putin’s Russia in general.

All in all, I think you are wrong to label this article or even the respective quote from the article “disinformation”. You choose to give a specific meaning to the words of the author that simply comes down to your selective interpretation, and then use this personal opinion to call this article and/or the respective quote “disinformation”.

I strongly urge you to reconsider this entry, as it is technically based upon selective interpretation of the meaning of words rather than the actual wording, which seems to hold up seeing how it’s not as specific as you make it out to be.

Regards,
Mijn naam

De hippe wereld van fact-checking – Deel 1

Om maar meteen met de deur in huis te vallen kijken we in deel 1 van deze serie naar een interessante uitspraak van Politifact, toch een van de meest aangehaalde fact-checkers die ik me zo snel voor de geest kan halen.

Hoewel de verslaglegging in de gevestigde namen vaak anders doet vermoeden was een van de meest controversiële uitspraken met betrekking tot Russiagate die van “all 17 intelligence agencies”. Met name uit de mond van Hillary Clinton heeft die uitspraak hier en daar wat stof doen opwaaien. De uitspraak is nog steeds inzet van enige strijd, en daarom kijken we vandaag eens naar wat Politifact hierover te melden heeft.

Oh jee, dat is natuurlijk niet zo mooi wanneer je een blogje runt dat schrijft dat de uitspraak niet klopt. Of valt het wel mee?

Politifact heeft nogal een verhaal neergepend ter verantwoording dat ik even zal samenvatten (lees het gerust na)… Politifact stelt dat de uitspraak waar is, omdat deze is gedaan in oktober 2016, naar aanleiding van de Joint Statement van ODNI en DHS. Daarmee meent Politifact zich te kunnen onttrekken aan de kritiek dat James Clapper (en John Brennan) voor de senaatscommissie hebben verklaard dat het Russiagate verhaal zoals we dit kennen uit het ODNI rapport van 6/7 januari het werk is van een select gezelschap uit FBI, CIA en NSA.

Nu vind ik dit sowieso een beetje slapjes, maar wanneer je strikt de uitspraak van de persoon zelf wil toetsen is het acceptabel, even daargelaten dat Clinton sprak over conclusies waar het inschattingen betrof.

De vraag is echter of dat is waar het om gaat. Is de inhoud van de uitspraak niet relevanter? Want die is bewezen onjuist, al was dat op het moment dat Clinton haar uitspraak deed nog niet verifieerbaar het geval.
Maar belangrijker nog… Wat is de waarde van zo’n fact-check wanneer je voorbij gaat aan het feit dat Clinton op latere tijdstippen (bijvoorbeeld dit interview van 31 mei 2017 – na de statements van zowel Clapper als Brennan voor de senaatscommissie, waarin zij het tegendeel beweren) dezelfde onjuiste claim heeft gedaan?

Clinton deed met haar uitspraak ten onrechte voorkomen alsof 17 agencies onafhankelijk van elkaar tot een conclusie zijn gekomen. De realiteit is dat dit bijzonder onwaarschijnlijk is in zo’n korte tijdspanne, maar ook omdat het rapport waarin die inschattingen (geen conclusies!) wereldkundig werden gemaakt domweg het werk is van een select gezelschap uit FBI, CIA en NSA.

Kortom: Politifact verdedigt het besluit deze uitspraak tot waarheid te bestempelen best goed, maar bij lange na niet goed genoeg. Gezien Politifact’s grote succes met het tellen van Trump leugens krijg ik de indruk dat het besluit deze uitspraak van Clinton als waarheid in de boeken te zetten vooral rust op politieke motieven.

Conclusie: deze fact-checkers uitspraak is slordig verdedigd, en uiteindelijk INCORRECT.

 

 

Betrouwbare bronnen – Deel 1: Dan Kaszeta en de BBC

Dit is het eerste deel uit een serie korte artikelen waarin ContraCourant wil laten zien dat betrouwbaar geachte bronnen niet altijd even betrouwbaar zijn. In dit eerste deel kijken we naar een voorval rondom de bekende vermeende chemische aanval in Khan Shaykun in de provincie Idlib in Syrië.

Al snel na de aanval wezen de vingers in de richting van het Syrisch regeringsleger. President Assad en zijn Russische bondgenoten ontkenden achter de aanval te zitten, maar erkenden wel een luchtaanval te hebben uitgevoerd in de directe omgeving van het voorval. Het verweer was dat bij die aanval mogelijk een depot was geraakt waar de bezettende rebellen van Al-Nusra (Tahrir Al-Sham) chemische wapens hadden opgeslagen.

Zij kregen daarvoor de nodige hoon over ze heen. Zo zou de tijdlijn zij gaven niet kloppen, hetgeen bewijs van leugenachtigheid zou zijn. Eenzelfde redenering werd later overigens niet toegepast op het VN rapport over het voorval, waarin mensen al in ziekenhuizen werden opgenomen voor de aanval volgens de tijdlijn plaatshad en in sommige gevallen in ziekenhuizen werden opgenomen meer dan 100 kilometer van Khan Shaykun, ongeveer een uur na de aanval plaats zou hebben gehad. Maar dit terzijde – over Syrië en dit voorval meer in een later artikel.

Een van de opvallendste beweringen rondom het voorval is inmiddels gemeengoed geworden. En dat is niet omdat het een wetenschappelijk feit betreft, maar omdat een aanzienlijk deel van de gevestigde commerciële nieuwsmedia het als een feit heeft gepresenteerd terwijl andere opvattingen aan het zicht werden onttrokken.

Het gaat hier om de opvattingen van Dan Kaszeta, een wapenexpert gelieerd aan Bellingcat. Nu is het wel vaker zo dat opvattingen van Bellingcat als onweerlegbaar feit worden aangenomen (hetgeen redelijk soepeltjes gaat wanneer je niet voornemens bent zelf tot enige analyse te komen) terwijl kritiek op die opvattingen wordt genegeerd, maar in het geval van Dan Kaszeta was men wel heel gretig.

Dan Kaszeta beweerde dat het een fysieke onmogelijkheid is dat er toxische stoffen vrijkomen wanneer chemische wapens door bombardement beschadigd raken. “Alsof je eieren, boter, kaas en champignons uit het raam gooit en dan een omelet op de stoep krijgt.

Case closed, wat velen betreft. Ware het niet dat Jerry Smith (field manager van de OPCW wapeninspectie missie in Syrië) in een interview met het Britse Channel 4 liet optekenen dat Kaszeta’s stelling ongegrond is. Volgens Smith is het in principe gewoon mogelijk dat er toxische stoffen vrijkomen wanneer dergelijke wapens in een bombardement beschadigd raken.

Jerry Smith

Maar waar hebben we het verhaal van Smith nu eigenlijk terug kunnen vinden? Wie heeft er aandacht aan zijn woorden geschonken?

Nou ja, in ieder geval de BBC. Voor welgeteld 35 minuten, waarna de BBC een referentie aan de woorden van Smith uit haar artikel over het voorval verwijderde, om er nooit meer op terug te komen.

De volgende stap zetten; de nepnieuws crisis

Om maar te beginnen met het goede nieuws… Gevestigde kanalen lieten zich niet geheel onbetuigd in het aanzicht van de nakende censuurcultuur waarnaar wij geacht gaan worden ons te schikken. Ik zag een Roderick Veelo weinig doekjes winden om het feit dat het fundament voor deze culturele ommezwaai wel erg dunnetjes is. Ik zag een Marianne Zwagerman waarschuwen (zoals wel vaker, waarvoor mijn enorme waardering) voor de glijdende schaal… En zo nog wel meer. Belangrijk! Dus dit stemt hoopvol.

Maar tegelijk is er iets dat me een beetje stoort. Zoals we (hopelijk) allemaal wel hebben gezien zijn de ontwikkelingen rondom de bestrijding van nepnieuws niet geheel los te zien van de ontwikkelingen rondom Russiagate en al wat daarmee samenhangt, en dan met name de onzorgvuldige en vaak eenzijdige manier waarop daar in de media over wordt bericht. Wat mij dan verbaast is dat bijna niemand die puntjes gewoon eens verbindt, en stelt dat die onzorgvuldige berichtgeving de hamer is waarmee de gevreesde overheidsinmenging erdoor wordt geramd!

Kajsa Ollongren is terecht bij de spreekwoordelijke kraag gegrepen (niet door iedereen, maar vooruit) om haar alarmistische, maar vrij magere verhaal over Russische beïnvloeding. Er was kritiek op haar MH-17 voorbeeld (of liever gezegd, het gebrek daaraan), maar dat het tweede “wapenfeit” uit haar eerste brief aan de Kamer een referentie is aan het ODNI rapport van 6/7 januari 2017, waarbij zij doet voorkomen dat dit rapport bewezen feiten beschrijft (“laten zien dat… dat ook werkelijk doen”) heb ik niemand op zien pikken. Waarom niet? Want het is volstrekt onwaar.

Ook de voorbeelden die zij in haar brieven noemde zijn niet geheel zuiver, zie ook dit eerdere bericht over de kwestie. Noch in Duitsland, noch in Frankrijk is die Russische inmenging vooralsnog een feitelijke zaak gebleken.

Afgelopen week schreven de nieuwsmedia over Twitter in relatie tot Russiagate. Nagenoeg allemaal schreven ze ten onrechte over feitelijkheden inzake de connectie met Internet Research Agency, de inmiddels legendarische trollfarm in Sint Petersburg. Probleem is echter dat dit geen feitelijkheden zijn, maar vermoedens. Zie onder andere de verklaring van Twitter zelf, of de eerdere verklaring voor de senaatscommissie waarin Twitter haar methodiek uit de doeken doet. Twitter beoordeelt accounts op locatie en content, en kijkt of bepaalde accounts geautomatiseerd zijn. Twitter spreekt daarbij vermoedens uit dat het gaat om activiteiten vanuit het Internet Research Agency. Maar Twitter bewijst dat niet en claimt dat ook niet te hebben bewezen. Wanneer Twitter spreekt over IRA-associated of IRA-linked, bedoelt Twitter daarmee accounts waarvan zij vermoeden dat ze gelinkt zijn aan IRA. Niet dat dit accounts zijn waarvan dit is bewezen. Een belangrijk verschil lijkt mij.

Uit de laatste verklaring zelf:

Het enige bewijs dat men aanlevert – buiten locatie, content en mogelijke automatisering – is “informatie van derden”. Wat voor informatie dit is, en waar deze informatie vandaan komt, dat wordt niet duidelijk. Maar schijnbaar is dat niet belangrijk genoeg, en kan er over voldongen feiten worden gesproken en geschreven.

Maar het zijn wel deze quasi-feitelijke nieuwsbombardementen en brieven aan de Kamer waarmee Minister Ollongren en anderen de noodzaak van overheidsingrijpen propageren. Willen we Ollongren en anderen de voet daarin dwars zetten, dan zullen we kritischer moeten worden en niet toestaan dat een discussie die raakt aan onze grondrechten vervuild raakt met misinformatie en desinformatie.

Groener wordt ‘ie niet, dus kom maar door!

Amper twee dagen na het eerder besproken onzorgvuldige stuk van Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer in relatie tot Russiagate, verschijnt vandaag een nieuw artikel op de Twitterfeed van De Groene. Dit keer een stuk van Jan Kuitenbrouwer, wederom iemand met een respectabele staat van dienst. Door het hele stuk heen wekt Kuitenbrouwer een klein beetje de indruk te schrijven namens een verlichte club waarheidssprekers. Ten onrechte, want in zijn schrijven strooit Kuitenbrouwer met onzorgvuldigheden en onwaarheden. Aan de hand van deze onzorgvuldigheden en onwaarheden oppert hij naar het aanziet serieus “te doen wat autoritaire regimes doen: bepaalde delen van het internet gewoon afsluiten.” If you can’t beat them, joint them! Al valt er uiteraard wel het een en ander op te merken aan de nogal arbitraire scheidslijn die Kuitenbrouwer trekt tussen us en them, in de context van manipulatie en misinformatie via (digitale) media.

Kuitenbrouwer onderbouwt zijn verhaal deels met verwijzingen naar het werk van Freedom House, een Amerikaanse NGO die op geen enkele manier kan worden gezien als een onafhankelijke bron zonder politieke agenda. Waar Nederlandse journalisten het idee vandaan halen dat dit soort bronnen een fatsoenlijke bijdrage kunnen leveren aan een objectieve blik op zaken is ContraCourant een raadsel, maar het is de afgelopen jaren gemeengoed geworden. In de strijd tegen de vermeende misinformatie-campagne vanuit Moskou is het vanuit quasi-activistisch oogpunt blijkbaar toegestaan de gewenste “feiten” hier en daar een zetje in de rug te geven, en daarmee de journalistieke principes overboord te zetten.

Gesloten gemeenschappen met eigen feiten

Hoewel ContraCourant het met (een deel van) de strekking van het artikel eens is – de concentratie van macht en invloed van commerciële nieuwsdiensten en -platforms is ook voor ContraCourant een belangrijk issue – is de manier waarop Kuitenbrouwer zijn verhaal probeert te vertellen eerder onderdeel van het probleem dat hij aanhangig maakt dan dat het een constructieve bijdrage levert aan het bestrijden van dit probleem. Ga maar na, Kuitenbrouwer heeft in zijn artikel nergens plaats voor het feit dat je, door de macht om te oordelen over wat waarheid is te institutionaliseren en concentreren binnen commerciële nieuwsdiensten en van staatswege gefinancierde denk-tanks geen van de problemen oplost die hij bespreekt. Integendeel, dit is een opstap naar directe en indirecte censuur – op subjectieve gronden, zoals de verslaglegging over Russiagate al bijna twee jaar zien. In dit licht bezien is het wellicht niet vreemd dat Kuitenbrouwer zijn oren laat hangen naar oplossingen van autoritaire regimes, wiens invloed we volgens Kuitenbrouwer nu juist willen beteugelen.

Een en ander weerhoudt Kuitenbrouwer er zoals gezegd niet van zich op te werpen als kampioen van de verlichte waarheidssprekers. Zo komt hij tot grootse uitspraken als deze, over de manier waarop internet ons tot willoze echoputten zou maken:

“Gesloten gemeenschappen met hun eigen ‘nieuws’, hun eigen ‘feiten’. Dialoog met andersdenkenden wordt moeilijker, de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg. Argwaan en kwade trouw worden de basishouding, de tegenpartij deugt niet en liegt, smaad en laster zijn gepermitteerd, open mindedness is een ondeugd…”

Wat ContraCourant betreft allemaal net zo goed van toepassing op de gevestigde mediaorde waar Kuitenbrouwer toe behoort. Gevierde nieuwsinstituten bestoken nietsvermoedende nieuwsconsumenten al jaren met gesynchroniseerde, politiek geladen campagnes – soms met zeer dubieuze bronnen, zoals ten tijde van de slag om Aleppo – waarin de feiten en achtergronden een onderschikte rol spelen. Hierbij vindt een enorme hoeveelheid kruisbestuiving plaats, en worden de grote lijnen uitgezet door een paar grote instituten, zoals de New York Times en de laatste jaren ook steeds meer The Guardian, die zich sinds dreigingen uit de Britse intelligence (naar aanleiding van de samenwerking met Snowden) op opvallende wijze opwerpt als vehikel voor smaad en laster ten dienste van die gevestigde orde. Over gesloten gemeenschappen gesproken.

Gevalletje projectie

Daarbij komt het feit dat die bronnen net zo goed feitenvrije verhalen de wereld in slingeren, al dan niet kracht bijgezet door zogenaamde experts zoals die van bijvoorbeeld een Bellingcat. Om een voorbeeld te geven (vraag gerust om meer, ContraCourant kan en wil namelijk wél leveren): ten tijde van de vermeende chemische aanval in Idlib in Syrië kwam van Assad en de Russen het verweer dat Syrische vliegtuigen mogelijk een bom hadden gegooid op een door rebellen als opslagplaats voor chemisch wapentuig gebruikte loods. Vervolgens hebben veruit de meeste kranten in het Westen volop plaats geboden aan de aan Bellingcat gelieerde Dan Kaszeta, die onder andere liet optekenen dat de uitleg die de Russen gaven een fysieke onmogelijkheid is. In de commerciële nieuwsmedia werd daarmee als het ware een onbetwist feit gecreëerd. Probleem is echter dat dit “feit” helemaal geen feit is, en dat de wel degelijk bestaande twist over dit onderwerp moedwillig aan het zicht wordt onttrokken door er geen aandacht aan te schenken. Zo liet Jerry Smith (field manager van de OPCW wapeninspectie missie in Syrië), tijdens een interview met Channel 4 over de suggestie dat het onmogelijk is dat de vermeende chemische aanval een ongeluk betreft, weten dat “that is not the case at all” en “there is every possibility that”… exact datgene dat onmogelijk heet te zijn gebeurd is. Saillant detail daarbij is overigens dat een referentie aan de woorden van Smith destijds is gepubliceerd in een artikel van de BBC, om 35 minuten later zonder opgaaf van reden te worden verwijderd.

De dialoog met andersdenkenden die Kuitenbrouwer aanhaalt getuigt al helemaal een ontluisterend eenzijdige blik op zaken. Wie is hier nu degene die een lans breekt voor censuur op volstrekt subjectieve gronden? “De tegenpartij deugt niet, en liegt”, deze gedachtengang schrijft Kuitenbrouwer aan derden toe… Maar wie is nu degene die zonder enige inhoudelijke verantwoording (behalve zich te beroepen op de schijnbare arbiters van waarheid) alternatieve uitleg bestempelt als alternatieve feiten? De pot verwijt de ketel dat ‘ie zwart ziet!

Maar de absolute klapper is toch wel deze: “de empirische basis voor een zinvol gesprek valt weg”. Welke empirische basis? De zogenaamde “feiten” die Kuitenbrouwer en Van de Ven verspreiden? Kuitenbrouwer positioneert zichzelf en de gevestigde orde van medialand hier wederom volstrekt ten onrechte als objectieve arbiters. De genoemde smaad en laster zijn onmisbare gereedschappen in dit soort oppervlakkige pogingen de controle over het narratief te behouden, zoals we bij Julian Assange en Wikileaks kunnen zien. Waar Kuitenbrouwer met open mindedness op doelt is ContraCourant een raadsel. Zijn schrijven is nu juist een exemplarische uiting van waarheidscreatie met politiek opportune oogkleppen op.

Veel herhaling, weinig substantie

Dergelijke waarheidscreatie is altijd gediend bij veelvuldige herhaling van onbewezen beschuldigingen en het onzorgvuldig presenteren van “feiten”. Daar draait Kuitenbrouwer zijn hand dan ook niet voor om. Te lezen valt weer eens hoe Julian Assange Russische hack-data verspreidde ter beschadiging van Hillary Clinton. Die zinsnede bevat welgeteld nul bewezen feiten, maar toch wordt dit verhaal aan de lopende band als zodanig opgevoerd. Even later beweert Kuitenbrouwer dat Assange en Wikileaks door gebrek aan regulering inzake fake-news Donald Trump de verkiezingen hebben helpen winnen. Zo probeert hij nog wat substantie te geven aan het idee dat Trump aan het presidentschap is geholpen door een buitenlandse mogendheid, al kan hij er nul bewijs voor laten zien. Wat Wikileaks en fake-news met elkaar te maken hebben weet werkelijk niemand, maar het is evengoed fijn als u het idee krijgt dat daar een link tussen bestaat.

Tussen neus en lippen door refereert Kuitenbrouwer ook nog losjes aan de brief van Ollongren (wederom zonder te wijzen op haar kapitale fout in die brief, dat blijkt echt heel moeilijk te zijn) en het “feit” dat 156.000 Russische Twitterbots zijn “ingezet” in een poging de Brexit-stemming te beïnvloeden. Onzin.

Het feit is dat die 156.000 accounts (156.252 om precies te zijn) door Twitter zijn geïdentificeerd als Russischtalige accounts die in het Engels EU-vijandige meningen uitten. Daar dient bij te worden aangetekend dat een onderzoek naar 419 van de 2.752 Twitteraccounts die door Twitter voor de senaatscommisie zijn aangemerkt als Russisch, opleverde dat 70% van alle posts die dit onderzoek betreft dateren van na het Brexit referendum. En niet te vergeten, ook Twitter en Facebook hebben nul hard bewijs geleverd dat welk account dan ook direct verbindt aan de trollenfabriek in Sint Petersburg, die zo onderhand een mythische status begint te krijgen.

ContraCourant vindt het erg jammer dat artikelen als dit artikel van Jan Kuitenbrouwer, waarin in de kern een valide punt lijkt te worden gemaakt, worden misbruikt voor het verspreiden van desinformatie en het salonfähig proberen te maken van censuur. Daarnaast ontstaat een beetje de indruk dat dit ook een schop is naar de ontwikkeling van een nieuw mediaveld, waarin de klassieke media het lijken af te moeten leggen tegen die nieuwe ontwikkelingen, zowel bedrijfsmatig als inhoudelijk.

Dat hij dit allemaal doet in een progressief blad als de Groene Amsterdammer is, om het maar met een licht cynisch understatement te zeggen, een verfrissende poging het tij te keren.

PS. In het artikel van Kuitenbrouwer (daterend van twee dagen van voor onderstaande Twitteruitspraak) valt overigens ook het volgende te lezen:

“Als je van het waterbedrijf mag verwachten dat er geen modder uit de kraan komt, mag je van een internetprovider misschien ook eisen dat hij geen giftige informatie verspreidt.”