Hennis zwaait af

Gisteren in NRC een kort interview met mevrouw (ex-minister)Hennis, beschermvrouwe van de “sound of freedom“. Mevrouw Hennis gaat voor de VN aan de slag in Irak, en dus besloot NRC Nederland nog maar eens te vergasten op wat inzichtelijke citaten.

Een logische vraag is blijkbaar waarom onze geliefde Minister in Irak aan de slag gaat, de Nederlandse kiezer in vertwijfeling achterlatend. Gelukkig zal Hennis ook in Irak ijveren voor de belangen van die Nederlandse kiezer:

 “Europa wordt omringd door instabiliteit en die is van invloed op onze vrijheid. Als het in het Midden-Oosten misgaat, voel je dat onmiddellijk. Wij importeren conflicten. Denk aan aanslagen in onze binnensteden, aan de vluchtelingenstromen.”

Oftewel: Westerse inmenging, opruiing, wapenleveranties, interventies en proxy-oorlogen dragen bij aan onze veiligheid. De boel daar eens met rust laten zou onze binnensteden in vuur en vlam zetten en een enorme, ontwrichtende vluchtelingenstroom veroorzaken.

Maar volgens mij is het toch ietsje anders, en exporteren wij (nou ja, in het kielzog onze bondgenoten) voornamelijk conflicten – conflicten die we vervolgens niet kunnen beheersen. Daarmee richten we schade aan die we vervolgens goeddeels op het bordje leggen van het slachtoffer, die met hangende pootjes bij het IMF komt aankruipen, waarna het land effectief een nieuwe fase in de bezetting ingaat.

Hoe gaat het eigenlijk met Irak?

 „Het is heel fragiel. Door de militaire strijd tegen IS was er verbroedering en het is nu belangrijk dat die standhoudt. Er is veel te doen. Ik ben er zelf drie keer geweest, voor het laatst in 2017. Gewonden keerden in die tijd terug van het front in Mosul. Ik was ook in Falluja, nog maar net bevrijd van IS. Mensen keerden terug naar hun huizen, maar zagen een enorme verwoesting. Maar je zag ook een enorme veerkracht.”

Het is heel fragiel, dat zal best. Maar waar Hennis aan voorbij gaat is dat het Irak van nu voornamelijk is gevormd door de (illegale) Amerikaanse invasie van 2003. Hoewel eerdere oorlogen en de mede daardoor ontstane interne onrust al een wissel trokken op de welvaart en ontwikkeling, was Irak destijds nog steeds een relatief ontwikkeld land met een relatief hoogopgeleide bevolking. Daar is sindsdien weinig van over. Het land is op meerdere fronten domweg geïmplodeerd. Het leidt ook geen twijfel dat het sectarische geweld dat Irak sindsdien in z’n greep heeft gehad rechtstreeks valt terug te voeren op die onbezonnen regime-change interventie. De toch al niet al te stabiele regio heeft sindsdien nauwelijks een dag rust gekend.

Nu is dit allemaal niet de schuld van mevrouw Hennis natuurlijk, begrijp me niet verkeerd. Maar als je serieus aan de slag wil namens de VN om Irak te helpen eindelijk te herbouwen – als je echt gedreven wordt door de wil een positief verschil te maken… Waarom dan niet eens ronduit toegeven dat al die Westerse interventies alleen maar ellende betekenen voor de mensen daar, en uiteindelijk ook alleen maar ellende opleveren voor een thuisfront dat zich steeds meer geconfronteerd ziet met draconische, vrijheidsbeperkende maatregelen tegen terreur.

Terreur die onlosmakelijk is verbonden met die interventies.

 

 

 

Русский Twitter: tussen de regels door

Afgelopen week verscheen in De Groene Amsterdammer een artikel op basis van de door twee professoren van Clemson University vrijgegeven dataset waarin de over de periode 2012-2018 geplaatste tweets staan van de 3854 als Russische trollen aangemerkte Twitter accounts waar zoveel over te doen is. Een hele mond vol wellicht, maar dan heb je de spreadsheet nog niet gezien!

Nu is het belangrijk je eerst te realiseren hoe de bevindingen van Twitter waar het artikel over gaat tot stand zijn gekomen.

Twitter heeft zelf welgeteld nul accounts aan de inmiddels befaamde Internet Research Agency gekoppeld. Wat Twitter volgens de eigen verklaring van 31 oktober 2017 heeft gedaan is zoeken naar bepaalde kenmerken:

  • Aangemaakt door of ooit benaderd vanaf een Russisch IP
  • Russische provider of email
  • Cyrillische karakters in username
  • Tweet vaak in het Russisch

Accounts die aan een of meerdere van deze kenmerken voldeden, werden door Twitter aangemerkt als “Russisch” (“Russian-linked”).

Geen van die kenmerken bewijst een link naar de Internet Research Agency. Het fundament voor die conclusie is niet nader gespecificeerde informatie uit niet nader gespecificeerde bronnen (“third party sources” – blz 11).

In een aanvulling op deze verklaring van 19 januari 2018 wordt duidelijk dat zelfs de door niet nader genoemde bronnen geleverde, niet nader omschreven informatie waarop Twitter haar conclusies baseert niet genoeg zijn om in zekere termen te spreken:

“We have identified more accounts that appear to be associated with the Internet Research Agency (“IRA”)”.

In de rest van het document wordt gesproken over “IRA-linked” accounts, hetgeen vrijwel overal in de Westerse media ten onrechte als feitelijke, bewezen informatie werd gepresenteerd.

We kunnen Twitter’s verklaringen in dezen echter moeilijk zien als hard bewijs – De verklaringen zijn tot stand gekomen onder stevige druk en de conclusies drijven op geheime informatie uit geheime bronnen – een en ander is niet te verifiëren.

Saillant detail is overigens dat bij de laatste hoorzitting over dit onderwerp getuigd en geadviseerd werd door Laura Rosenberger. Rosenberger is de ex-adviseur buitenlandbeleid van Hillary Clinton en directeur van de Alliance for Securing Democracy, waar zij met Jamie Fly (voormalig national security counselor voor Marco Rubio, welke van Trump verloor in de primaries en Rusland daar een rol in toedicht) verantwoordelijk is voor het welbekende en moeilijk transparant te noemen Hamilton 68 dashboard.

Men runt aan de ene kant een dashboard dat allerlei alarmistische berichtgeving in de media faciliteert (Hamilton 68 was de bron voor bijna alle berichten over Russische trollen in relatie tot actuele gebeurtenissen), maar geen enkel zinnig inzicht kan bieden in de methodiek. Men kan aan de andere kant als expert optreden bij het duiden van de materie waarvan men zelf de perceptie stevig beïnvloedt middels het befaamde dashboard (direct, en indirect via berichtgeving in de media). Het is zodoende niet makkelijk om Laura Rosenberger en de Alliance for Securing Democracy als onafhankelijk expert te zien in plaats van als een politiek speler.

In een namens de Alliance for Securing Democracy geponeerd boekwerk bepleit zij ironisch genoeg transparantie, maar bijvoorbeeld ook het voorzichtig omspringen met gelekte informatie in de media (blz 3). Daarbij doelt ze duidelijk op Wikileaks, maar spreekt ze ten onrechte over disinformatie. Na wat reclame voor het eigen Hamilton 68 dashboard is er zelfs een rolletje voor Nederland weggelegd:

“Even a Dutch referendum on the EU’s Association Agreement with Ukraine became a target for Russian disinformation; the campaign against the agreement, which ultimately won the vote, used pro-Kremlin narratives pulled from RT and Sputnik and had links to Russian academics parroting Moscow’s position against the agreement”

Rosenberger lijkt er een handje van te hebben politiek onwelgevallige meningen en informatie te classificeren en besmeuren als Russische propaganda zonder daar echt hard bewijs voor te willen laten zien. Dit fenomeen zien we vaker, en lijkt me een van de gevaarlijkere hellende vlakken waar we ons op begeven. Het feit dat Russische TV kanalen bepaalde grieven aangrijpen voor propaganda doeleinden maakt die grieven geen Russische propaganda.

Daar komt bij dat we te maken hebben met een politiek speler die ook maar een macht vertegenwoordigt die sinds jaar en dag activiteiten ontplooit die het daglicht niet kunnen (en wettelijk niet mogen) verdragen – en daarvoor een infrastructuur en middelen tot z’n beschikking heeft die voor ons, burgers, nopen tot minstens zoveel waakzaamheid als de vermeende activiteiten van een geopolitieke rivaal. In hoeverre we kunnen vertrouwen op de goede intenties van actoren als een Rosenberger, maar ook clubs als de Atlantic Council en haar DFRLab (het cirkeltje waarbinnen ook Bellingcat opereert), en in hoeverre het een goed idee is dergelijke niet onafhankelijke organisaties te laten arbitreren over onze informatie uitwisseling, dat is maar de vraag.

Deze dimensie blijft doorgaans onderbelicht, net als het gegeven dat veel “onafhankelijke” denktanks en “experts” als Laura Rosenberger, of de Alliance for Securing Democracy en hun Hamilton 68 dashboard, zelf ook in de eerste plaats politieke actoren zijn.  En wat te denken van de TV-schnabbels van oud intelligence medewerkers als  (o.a.) Brennan en Clapper? Namens wie informeren zij eigenlijk?

Willen we echt zorg dragen voor een gezonde democratie met een vrije uitwisseling van ideeën, dan wordt het tijd dat we acht gaan slaan op deze feiten, en kritischer worden op de boodschappers en hun “feiten” waarop we ingrijpende beslissingen baseren die raken aan de kern van onze vrijheden. Dan wordt het tijd dat we tenminste vragen om hard bewijs voor de beschuldigingen waarop we zulke beslissingen laten baseren, en eisen dat transparantie zoveel mogelijk tweezijdig blijft.

Na Irak en de vele leugens en kwalijke activiteiten en capaciteiten die door o.a. Snowden en Assange aan het licht zijn gebracht kun je niet verwachten dat mensen genoegen nemen met de mooie blauwe ogen van anonieme Angelsaksische intelligence bronnen met geheim bewijs. Die tijd is voorbij.

 

 

 

 

Informatie moet een eind maken aan de informatie-oorlog…

… Of de informatie-oorlog maakt een eind aan informatie.

Onder luid applaus werd Facebook (mede) verantwoordelijk gehouden voor Russische inmenging in het democratisch proces in de Verenigde Staten. Groot was de verontwaardiging toen bleek dat het platform zich leende voor het schimmige werk van Cambridge Analytica.

Tot zoverre niet zoveel op af te dingen. De aandacht was meer dan gerechtvaardigd, hoewel niet altijd even oprecht. Een en ander speelt tegen een achtergrond van Rusland-hysterie die tot op de dag van vandaag warm wordt gehouden in afwachting van iets dat door mag gaan voor bewijs – en daarbij gretig aftrek vindt bij mensen die het verlies van de Democraten graag bij Rusland leggen. Dat is relevant, omdat die achtergrond het feitelijke verhaal over “nepnieuws” en desinformatie/misinformatie kleurt.

Zie bijvoorbeeld dit artikel van CNN, een van tientallen sensationele artikelen waarin een impopulaire mening op Twitter besmet wordt met “Rusland”, gebruik makend van het volstrekt onbetrouwbare Hamilton 68 dashboard.

In de woorden van hij-die-genegeerd-dient-te-worden, Julian Assange (maar zelf even naar de website surfen en de methodiek proberen te verifiëren zou afdoende moeten zijn):

Recentelijk was er ook een interessante kwestie in de Britse media, waar the Guardian zichzelf weer eens tot lulletje van de klas wist te degraderen door mensen van vlees en bloed te kwalificeren als Russische bot, op basis van hun opvattingen over bepaalde (politieke) zaken.

Daarin stond en staat the Guardian natuurlijk niet alleen. Vanaf het moment dat het moedwillig (we praten niet over een stel dyslectische brugpiepers, met alle respect verder) verkeerd interpreteren van de verklaringen die Twitter gaf voor de senaatscommissie inzake Russiagate bon ton werd bevonden, en waarschijnlijk al even daarvoor, is het “debat” in een vrije val geraakt. Er is eigenlijk helemaal geen debat meer. Er is de schone waarheid en haar vertolkers enerzijds, en boos Russisch Twitter anderzijds. Het laat zich raden hoe onwelgevallige meningen worden gecategoriseerd.

Saillant detail dat niet mag ontbreken is overigens het werk en de mening van de heer Ben Nimmo, werkzaam bij the Atlantic Council’s DFRLab, die niet alleen zichzelf als voorhoede positioneerde in dit “gevecht”, maar schijnbaar ook door Sky News en/of de Britse overheid als zodanig wordt gezien, getuige dit interview met Russische bot Ian bij Sky.

Om het verhaal weer even terug te brengen naar het luide applaus waaronder Facebook in het strafbankje wordt gezet… Ik maak al enige tijd geen geheim van mijn pessimistische kijk op zaken.

Dus wat schetste mijn verbazing niet van de week? De blijde aankondiging (voor wie op zoek ging) van het feit dat DFRLab gaat samenwerken met Facebook in de strijd tegen “nepnieuws”. Een onderdeel van een denktank die ooit is opgericht ter versterking van de NAVO en tegenwoordig mag worden beschouwd als onderdeel van de Strategische Communicatie van de NAVO. Bezien in de hierboven kort uiteengezette context moge duidelijk zijn dat DFRLab’s missie geen waarheidsvinding betreft, maar strategische communicatie.

Facebook wil blijven leven, Washington en vrienden willen controle over het narratief behouden, met of zonder verdere training van Cambridge Analytica’s moederbedrijf SCL.

1+1=2. Maar reken het gerust na.

Ook in het nieuws (voor wie op zoek ging), het bericht dat YouTube video’s van “bekende samenzweringstheorieën” wil gaan voorzien van teksten van en links naar Wikipedia en niet nader genoemde derden. Het zou gaan om “de bekendste samenzweringstheorieën”, maar de praktische vertaling blijft zoals altijd dat een of enkele personen voor je zullen vaststellen hoe de zaken liggen, en over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Ook hier zit echter nog een addertje onder het gras, te weten Wikipedia zelf.

Wikipedia is in ieder geval op Twitter groot nieuws geweest de afgelopen week, naar aanleiding van een onnoemelijke hoeveelheid politiek gekleurde edits van de hand van iemand die zich in ieder geval voordoet als één persoon onder de naam Philip Cross (inmiddels Julian). De persoon/personen richten zich vooral op mensen die zich uitspreken tegen het establishment, met name vanuit een anti-oorlogsperspectief. Kan natuurlijk gebeuren, hoe raar ook. Minder in de lijn der verwachtingen ligt de reactie vanuit Wikipedia, recht tegen het overvloedige bewijs in. Het gaat om iemand (waarschijnlijk meerdere personen) die al jaren full-time bezig is met deze sterk politieke edits.

*Update 26/5/2018

Kortom, ook Wikipedia is op z’n zachtst gezegd verdacht bezig. Haal uw “feiten” terwijl ze nog warm zijn.

Dan was er ook nog (*gaap*) wat nieuws voortvloeiend uit een hack van GlobalLeaks. Bleek dat the Center for a New American Security op bestelling papers schrijft voor donoren, in dit geval de VAE die ook lekker willen knallen met militaire drones. Nu kunnen we onze vingers kruisen en hopen dat dit een incident betreft, maar de realiteit is dat dit soort grote, veel in de media aangehaalde denktanks (niet in de laatste plaats de Atlantic Council) allemaal van hetzelfde laken een pak zijn. Allemaal delen ze nagenoeg hetzelfde soort sponsoren en allemaal zijn ze een wie is wie van kruisbestuivende officials in private en publieke sectoren. Het zijn veredelde lobbyclubs. Meer niet.

Het verbindende element in deze verhalen is zoals vanouds het gevaar van het bestempelen van onwelgevallige meningen als vijandige propaganda. Specifiek gevaarlijk wordt het wanneer we establishment lobbyclubs onder het mom van het bestrijden van “nepnieuws” en samenzweringstheorieën een poortwachtersfunctie geven in een toch al onheilig concept van informatiekuising. Een onheilig concept dat ook in Nederland kan rekenen op steun, met name van Minister Ollongren. We weten dat EUvsDisinfo niet zuiver is, maar toch blijft de minister die club steunen terwijl ze blind blijft voor de gevaren van dit soort waarheidsarbiters, en het momentum dat zij meegeven op een toch al buitengewoon glibberige helling.

Het is vijf voor twaalf. De informatie-oorlog is echt. Hoewel sommigen vol bravoure claimen dat het informatie establishment tot een terugtrekking is gedwongen, lijkt mij dat we nu te maken hebben met de harde institutionalisering van (counter) propaganda, waar in vroeger tijden een mannetje bij de krant volstond. Er is wellicht een slag gewonnen tegen een garnizoen. Nu komen de special forces in actie.

Ik zou haast zeggen: ‘verwacht het onverwachte’. Maar dit kunnen we dus verwachten.

PS. Achter deze link nog iets meer info betreffende “Philip Cross” op Twitter, van de hand van Craig Murray. Aanrader!

 

 

 

 

Wonderen duren iets langer

Maar Orakelen wil tussen 9 en 5 over 9 nog weleens lukken…

Is al een tijd mijn pessimistische overtuiging…

Et voilá!

Ik ga er vanuit dat mensen bekend zijn met de Atlantic Council. Zo niet wordt het echt hoog tijd je te informeren. Wellicht is dit artikel een interessant beginpunt.

Geregisseerde foto

Deze foto kwam ik tegen op Erik Mouthaan’s Twitter:

Het gasmasker dat de man op de foto draagt is een oud Sovjet GP-5/ShM-62U gasmasker. Dit masker is op grote schaal geproduceerd tot 1989 en was bedoeld om Sovjet burgers te beschermen tegen nucleaire fall-out. In de GP-5 bus die in het masker wordt geschroefd zit o.a. asbest.

Deze (originele) maskers worden overal op internet aangeboden als rekwisiet/feestartikel en kosten hooguit een paar tientjes.

Het masker dient te worden gedragen over de oren, zoals o.a. op deze pagina uit de handleiding van een GP-5 unit te zien is:

De oplettende lezer zal zien dat op het plaatje een luchtslang staat afgebeeld, dat klopt… Deze maskers waren ook beschikbaar met luchtslang en opbergtas. Naar ik begrijp is dat de militaire versie – de GP5 filterbussen hadden maar een korte operationele tijdspanne, deze versie zal bedoeld zijn om langer met het masker te kunnen werken waar dat nodig is. De grotere filterbus ging in de bijgeleverde draagtas.

Conclusie:

Het gasmasker zoals te zien is op de foto is niet of nauwelijks functioneel. Niet alleen betreft het een minstens 30 jaar oud product, het masker is tevens verkeerd opgezet.

Een gasmasker draag je niet voor de lol of het gemak, maar een niet werkend gasmasker in een gebied waar een gasmasker benodigd is net zo min! Deze meneer bevindt zich niet in een omgeving waar hij een werkend gasmasker nodig heeft. Deze foto is dus hoogstwaarschijnlijk geregisseerd voor maximaal effect.

Aanvulling: Dit heeft betrekking op deze specifieke foto, en plaats en moment waarop deze foto is genomen. Aan 1 foto valt geen enkele verdere conclusie te verbinden over de gebeurtenissen in Douma.

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 5

Gaap… Weer een mailtje terug gehad van de Brusselse hobbyclub EU vs Disinfo, over deze debunk. Onderaan dit artikel staat de mail waarop ik antwoord heb gekregen, en op basis waarvan men een aanpassing heeft gedaan. Wederom kiest men ervoor de eigen interpretatie van zaken te debunken, en niet de daadwerkelijke inhoud van het bewuste artikel. De debunk zelf raakt dan ook kant noch wal in relatie tot het artikel, en is er met de aanpasssing niet echt beter op geworden.

Hoewel ik heb geprobeerd argumenten te geven om de onzinnigheid van een dergelijke debunk duidelijk te maken lijkt men niet voornemens serieus te kijken naar mijn argumenten – of het ernstige gebrek aan eigen argumenten. Dus werd het vooral veel van hetzelfde, maar dan met een ander linkje er bij. Niet dat dat werkelijk betrekking heeft op het bronartikel, maar daar wen je aan.

De logica die men lijkt te hanteren is dat elk gemaakt punt dat in de verste verte samen lijkt te vallen met Russische propaganda wel Russische propaganda moet zijn, en dus per definitie niet waar. Daarmee zouden het schijnbaar de Russen zijn die met hun propaganda hier het debat aansturen, in plaats van dat de Russen hun oor hier te luister leggen en hun propaganda daarop afstemmen. Maar dat laatste lijkt ContraCourant een stuk logischer  – en een gezonder uitgangspunt voor ons eigen debat.

Een en ander heeft namelijk wel stevige implicaties voor de manier waarop dat debat gevoerd wordt. Een debat waarin bepaalde meningen en stellingnames op voorhand worden gediskwalificeerd als vijandige propaganda is geen open debat. Dat is helaas wel het debat dat EU vs Disinfo en haar aanhangers voor lijken te staan, door zonder solide argumentatie opvattingen tot desinformatie te bombarderen.

Dat is, buiten de praktische onwenselijkheid ervan, ook nog eens in strijd met de doelstellingen van de East StratCom Taskforce, onder wiens verantwoordelijkheid EUvsDisinfo valt.

ContraCourant adviseert nog maar eens ten halve te keren. Met elke verdere stap loopt het toch al geringe vertrouwen tussen publiek en politiek verdere averij op.

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3, 4

De hippe wereld van fact-checking – Deel 4

Het duurt even, maar dan heb je… Nog niks.

Mail terug gehad van de beste participatiejongens en -meiden van EU vs Disinfo. Vol verwachting klikte ik naar mijn e-brievenbus.

“Thank you for the feedback, we appreciate that you let us know. Indeed, the summary of the disinformation did not reflect the original article and we apologise for the inaccuracy. We have now updated the case and you can find it here: https://euvsdisinfo.eu/report/first-hand-experience-with-the-russian-political-talk-show-phenomenon-shows-that-this-is-bona-fide-journalism/

Kind regards,
East Stratcom Task Force”

Even terug naar de originele debunk…

En op 20 februari heeft Ome CC’s knokpartij (goed, een paar mails) voor onze vrijheid van informatiegaring het volgende opgeleverd:

Probleem: volgens EU vs Disinfo is iemand die uit specifieke persoonlijke ervaringen put en daarmee tegenwicht wil geven aan een naar zijn mening eenzijdig beeld bezig desinformatie te verspreiden. Dat bewijst men niet door zijn stellingname te falsificeren (hetgeen ook lastig is), maar door algemene links te geven waarin wordt gesproken over de onvrijheid van de pers in Rusland. Waarvan een van een Amerikaanse NGO (Freedom House), hetgeen an sich natuurlijk een beetje ironisch is, maar in dit geval niet zo buitengewoon interessant. Wel interessant is misschien de vraag waarom men de boel nu maar omkleedt met 4 links. Aan het pijnlijke feit dat men een nauwelijks falsifieerbaar verhaal probeert te debunken omdat het op gevaarlijke wijze probeert een bestaand beeld te nuanceren verandert het verder weinig.

Ik ben nog steeds van mening dat dit soort twijfelgevallen gewoon helemaal geen plek hebben in een desinformatie database, al is het maar omdat de indrukken van de auteur an sich nergens worden tegengesproken. De debunk is  nog steeds niet gericht op de werkelijke inhoud van het artikel, maar is een debunk van de ruime interpretatie (“Russische media zijn vrij”) van zijn indrukken door de onderzoekers van EU vs Disinfo, zonder daarbij de context van het artikel mee te wegen.

De vraag wie nu beslist wat wel of geen desinformatie is blijft vooralsnog springlevend.

Op de andere debunk (ook een kwestie van interpretatie en mening) heb ik nog geen antwoord gehad, maar we blijven hoopvol.

 

Eerdere delen uit deze serie: 1, 2, 3

 

De hippe wereld van fact-checking – Deel 3

Inmiddels lijkt iedereen behalve minister Ollongren wel overtuigd van het feit dat we met EU vs Disinfo een verkeerde weg in zijn geslagen. De organisatie rammelt, liegt over de veel te kleine bezetting, heeft helemaal niet de juiste mensen in huis om het werk naar eer en geweten te kunnen doen en lijkt te drijven op de inzet van vrijwillige fanatici. Buiten deze inmiddels geaccepteerde werkelijkheid werpt de vraag zich nog steeds op of Europees geld moet worden besteed aan counter-propaganda, in wiens belang een dergelijke besteding dan precies is, en wie het werk van de checkers checkt.

Wat inmiddels wel duidelijk is, is dat je met een advocaat zult moeten komen om iets uit de “desinformatie database” verwijderd te zien. Een mailtje sturen naar info@euvsdisinfo.eu hoef je niet te doen, dat mailadres is niet in gebruik.

Een mail sturen via de webformulieren op de site levert ook niets op, maar wanneer je in een tweede mailronde vraagt om een ontvangstbevestiging dan krijg je die ook, met de mededeling dat een en ander aangepast wordt indien men daar reden toe ziet. Maar meer ook niet.

Twee weken na het versturen van twee mails via het mailformulier op de website is er aan de twee foutieve entries niets veranderd, terwijl duidelijk is aangegeven wat er niet klopt aan de debunks. Persoonlijke meningen van de fact-checkers lijken de doorslag te geven, zelfs waar de debunk handelt over zaken die in het respectievelijke bronartikel niet eens terug te vinden zijn. Het kan natuurlijk ook te maken hebben met de lage bezetting, maar dan nog is het laakbaar dat incorrecte entries in de “desinformatie database” schijnbaar geen enkele prioriteit hebben. Waar wel tijd voor is, is het posten van video’s van dansende Russische huisvrouwen, hetgeen schijnbaar enig Europees belang moet vertegenwoordigen.

 

Echte journalistiek

Terwijl de redacties in den lande rustig verder suffen in hun ivoren torentjes wordt elders journalistieke strijd geleverd. Vandaag is de inhoudelijke behandeling van Julian Assange’s zaak inzake het Britse arrestatiebevel tegen zijn persoon. Assange ziet dit bevel logischerwijs graag van tafel, en beroept zich (terecht) op de schimmige procedures die ten grondslag hebben gelegen aan de totstandkoming van het Britse arrestatiebevel, uitgevaardigd vanwege zijn onttrekking aan de borgtocht. De vraag is of die uiteindelijke borgtocht niet tot stand is gekomen op een manier die de rechten van Assange schaadt. Zweden kent een vrij strikt procesrecht, en het heeft er alle schijn van dat de zaak tegen Assange daarin is ontspoord.

Een belangrijke rol in deze zaak is weggelegd voor de Italiaanse journaliste Stefania Maurizi. De documenten die zij middels haar FOIA verzoeken (te zien als de Britse variant op Wob) boven water heeft gekregen spelen een centrale rol in Assange’s pogingen het Britse arrestatiebevel aan te vechten. Hoewel de documenten geen volledig overzicht bieden – een deel van de mailcorrespondentie tussen de UK en Zweden is vernietigd en naar goed gebruik verdwijnen documenten in het niets om later al dan niet weer op te duiken – laat wat er wel leesbaar is vrijgegeven duidelijk zien dat er rondom de persoon Julian Assange een schimmig politiek spel wordt gespeeld.

Zo wordt duidelijk dat de Zweden in 2013 al probeerden op de rem te staan en het Europees arrestatiebevel tegen Assange te laten vallen, maar dat zij daarin niet bepaald werden gesteund door de Britten. Dat is natuurlijk opmerkelijk in een zaak waarin de Britten in opdracht van een Zweeds aanklaagster zeggen te opereren, en blaast Assange’s toch al niet onwaarschijnlijke claim dat de zaak tegen hem een politieke is behoorlijk wind in de zeilen.

Zoals eerder gezegd is Zweeds procesrecht vrij strikt. Bovenstaande onthulling is mede daarom interessant, want hiermee wordt mogelijk aangetoond dat aanklaagster Ny een onderzoek heeft doorgezet dat volgens Zweeds procesrecht (SFS 1998:605, hoofdstuk 23, sectie 4) gestaakt had moeten worden om de belangen van de verdachte niet onnodig te schaden. Eerder bleek al dat aanklaagster Ny de zaak nodeloos had gerekt door te weigeren Assange buiten Zweden te verhoren. Zo bezien lijkt Assange met recht te kunnen claimen dat hem onnodige schade is berokkend.

Wat in ieder geval weer gebleken is, is dat echte journalistiek nog steeds niet dood is. Met dank aan mevrouw Stefania Maurizi. Maar niet aan de vaderlandse pers, die zich liever bezighield met het ridiculiseren van Assange en zijn vervolging, waarbij de feiten doorgaans geen rol van betekenis speelden. Nodeloze en juridisch ongegronde frustraties van het proces door de aanklaagster werden vrij neutraal uitgelegd als “juridisch gesteggel”. Een van de mooiste artikelen die in Nederland is voortgebracht over Assange is toch wel dit stuk van Patrick van IJzendoorn. De VN werkgroep die een oordeel moest vellen over de al dan niet “arbitraire detentie” van Assange, daar zouden geen juristen inzitten. Dat is absoluut niet waar, en het komt recht uit de mond van de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Ook is het “ongebruikelijk dat een verdachte mag bepalen waar een verhoor moet plaatsvinden”, hetgeen rechtstreeks is overgenomen van een Twitterbericht van het Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een publiciteitsstunt, dat is wat Assange’s juridische strijd maar is als we Van IJzendoorn’s schrijven mogen geloven.

Nu kun je het altijd op een verschil in smaak en benadering gooien, maar me dunkt dat het verschil tussen het werk van Maurizi en (bijvoorbeeld) een Van IJzendoorn stevig is, en vragen oproept.

Een en ander wordt nog vervolgd naarmate meer duidelijk wordt. Maar wie werkelijk “meer” wil weten hoeft daarvoor duidelijk niet bij (bijvoorbeeld) de Volkskrant te zijn.

Aanvulling 4-5-2018: het VK artikel van Patrick van IJzendoorn is inmiddels aangepast.